Parlementaire vraag nr. 939 van de heer Dewael van 02.03.1994

VRAAG 94/939/2

Vraag nr. 939 van de heer Dewael dd. 02.03.1994


Bull. nr. 740, blz. 1613

Belastingontwijking - Herkwalificatie van een akte - Kwalificatie van een akte - Commissie - Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden

VRAAG

Met de nieuwe anti-misbruikbepaling, zoals ingevoegd door artikel 16 van de wet van 22 juli 1993, kan het bestuur voortaan de juridische kwalificatie die partijen aan een akte verlenen, (alsook aan afzonderlijke akten die eenzelfde verrichting tot stand brengen) "verbeteren". Ook al heeft U zowel tijdens de parlementaire werkzaamheden als recentelijk in antwoorden op parlementaire vragen de draagwijdte van die nieuwe bepaling verduidelijkt, toch doet dit nieuwe artikel nog vragen rijzen.

1. Betekent dat bijvoorbeeld dat het bestuur voortaan, op basis van artikel 344, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 een akte (die slechts een rechtshandeling zou vertegenwoordigen) in een aantal fases kan opdelen die hetzelfde resultaat geven als de verrichting van de partijen ?

Bij wijze van voorbeeld : een vennootschap doet een belastingvrije inbreng van een bedrijfstak, overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Zou het bestuur kunnen stellen dat er een verkoop plaatsvindt van alle overgedragen elementen gevolgd door een inbreng van de aldus (theoretisch althans) bekomen vordering ?

2. Betekent dat tevens dat het bestuur de volgorde vastgelegd in een of meerdere akten zou kunnen wijzigen ?

Bij wijze van voorbeeld : een natuurlijk persoon verkoopt met meerwaarde een meerderheidsbelang in een Belgische vennootschap aan een pas (door een niet-Belgische vennootschap) opgerichte Belgische (holding) vennootschap. Na twee jaar wordt die Belgische (holding) vennootschap vereffend omdat zij geen andere activiteiten ontplooid heeft dan het louter aanhouden van het aangekochte meerderheidsbelang in een Belgische vennootschap. Zou het bestuur kunnen stellen dat de natuurlijke persoon rechtstreeks verkocht heeft aan de buitenlandse vennootschap en dat die verkoop gevolgd is door een oprichting van een Belgische (holding) vennootschap die later vereffend werd omdat zij toch geen nut bleek te hebben ?

ANTWOORD

Artikel 344, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) geeft de fiscale administratie het recht de door een belastingplichtige aan een bepaalde akte (of aan een geheel van akten die een zelfde verrichting tot stand brengt) gegeven juridische kwalificatie voor de toepassing van de inkomstenbelastingen opzij te schuiven wanneer zij aantoont dat die kwalificatie tot doel heeft de belasting te ontwijken.

De door de belastingplichtige aan de akte(n) gegeven kwalificatie blijft evenwel aan de administratie tegenstelbaar wanneer de betrokkene bewijst dat zij aan "rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoordt".

Dat bewijsmiddel van de administratie is slechts van toepassing wanneer de aangevochten kwalificatie ontdaan is van elke geldige economische verantwoording. Anders gezegd, het zal niet kunnen worden toegepast wanneer met de bedoelde juridische kwalificatie valabele financiële of economische oogmerken worden nagestreefd, zelfs niet wanneer die kwalificatie tot een belastingbesparing aanleiding geeft.

Het is in die geest dat de administratie de juridische kwalificatie van de verschillende door het geacht lid bedoelde enkelvoudige of gecombineerde akten zal toetsen aan de hierboven omschreven algemene maatregel ter voorkoming van belastingontwijking die, het weze herhaald, geen einde stelt aan het recht van de belastingplichtige om de "minst belaste weg" te kiezen.

Dat betekent inzonderheid dat in dergelijke eventualiteit de beoordeling hoofdzakelijk zal afhangen van de feitelijke en juridische gegevens van elk geval, zodat het ter zake niet mogelijk is zich over de twee door het geacht lid gegeven voorbeelden uit te spreken.

Ik wil er nog op wijzen dat om de rechtszekerheid te verhogen bepaald is dat de betrokkenen alvorens de verrichting door te voeren de Commissie voor voorafgaande fiscale akkoorden kunnen raadplegen over de vraag of de juridische kwalificatie aan "rechtmatige financiële of economische behoeften" beantwoordt.