Parlementaire vraag nr. 549 van de heer Valkeniers van 03.09.1996

VRAAG 96/549
Bull. nr. 773, pag. 1497
Vr. en Antw., Kamer, nr. 75, 1996-1997, blz. 10129
Bezwaar - Onderzoek
In de regel wordt een aanslag in de personenbelasting gevestigd door de hoofdcontroleur.
1. Waar is hiervoor de rechtsgrond te vinden ?

2. Aan wie kan de hoofdcontroleur zijn bevoegdheid delegeren ?

3.
Kan de bevoegdheid van de hoofdcontroleur gedelegeerd worden ?
4. Mag een aanslagambtenaar optreden bij het onderzoek van het bezwaarschrift ?
5. Mag een aanslagambtenaar betrokken worden bij de uitspraak over een bezwaarschrift ?
6. Mag dezelfde ambtenaar het onderzoek doen over het bezwaarschrift en tevens er uitspraak over doen ?
7. Moet de ambtenaar die het bezwaarschrift onderzoekt niet voorafgaandelijk adviezen geven over het bezwaarschrift ?
8. Verhindert het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van de rechter niet dat de onderzoekende ambtenaar deelneemt aan de uitspraak over een bezwaarschrift nu eerstgenoemde voorafgaandelijk een gunstig advies uitbrengt over de ontvankelijkheid en de gegrondheid van het bezwaarschrift ?
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna het antwoord te vinden op de door hem gestelde vragen.
1 tot 3. Krachtens artikel 297 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) wijst de Administratie der directe belastingen de ambtenaren of diensten aan die ermee belast zijn de aangiften in ontvangst te nemen en te onderzoeken alsmede de aanslagen te vestigen en de belastingen in te vorderen.
In principe worden alle stukken die uitgaan van een dienst door de bevoegde leider ondertekend. Deze kan nochtans voor bepaalde gevallen of handelingen aan bepaalde medewerkers toelating of machtiging verlenen om onder meer bepaalde stukken te tekenen.
4 tot 8. Krachtens artikel 374 van het WIB 92 wordt het onderzoek van het bezwaarschrift uitgevoerd door een ambtenaar van de Administratie der directe belastingen, met een hogere graad dan die van controleur.
De geldigheid van het onderzoek van het bezwaarschrift wordt niet aangetast en de bepalingen van artikel 374 WIB 92 worden niet geschonden wanneer de bij het onderzoek van het bezwaarschrift optredende inspecteur tevens de ambtenaar was die de betwiste belasting heeft gevestigd (Cass., 16 februari 1960, Bulletin der belastingen, nr. 368, blz. 1540).
Voormeld artikel belet evenmin dat de ambtenaar die de aanslag heeft gevestigd zijn standpunt zou verdedigen en toelichting zou verstrekken bij het onderzoek van het bezwaarschrift.
Ondanks het principiële standpunt van het Hof van Cassatie heeft de Administratie der directe belastingen evenwel als regel aangenomen ook het onderzoek van de bezwaarschriften niet toe te vertrouwen aan een ambtenaar die bij de vestiging van de belasting betrokken was (zie de Administratieve commentaar op het WIB 92 onder nr. 374/4).
Het nemen van een beslissing over een bezwaarschrift behoort tot de bevoegdheid van de directeur of de door hem gedelegeerde ambtenaar die als een onafhankelijk en onpartijdig rechter uitspraak moet doen. De aanslagambtenaar kan derhalve wel worden betrokken bij het onderzoek van het bezwaarschrift maar niet bij het nemen van de beslissing zelf.
In een arrest van 18 november 1993 heeft het Hof van Cassatie beslist dat het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdigheid van de rechter niet is geschonden wanneer de ambtenaar, die overeenkomstig artikel 374 WIB 92 het bezwaarschrift heeft onderzocht, inzake dat bezwaarschrift ook de beslissing neemt overeenkomstig artikel 375 WIB 92 (Cass., 18 november 1993 inzake François, Arr. Cass., 1993, blz. 961).
Er wordt over gewaakt dat de ambtenaar die de beslissing neemt niet is tussengekomen bij de vestiging van de aanslag. Het administratieve standpunt terzake, zoals verwoord in nr. 375/1 van de Administratieve commentaar op het WIB 92, is duidelijk.
De ambtenaars die het bezwaarschrift onderzoekt mag geen voorafgaandelijk advies aan de gewestelijk directeur geven indien hijzelf de beslissing neemt over het bezwaarschrift (zie het arrest van het Hof van Cassatie van 21 november 1996 inzake Emonts en Lienne).