Parlementaire vraag nr. 1358 van mevrouw Pieters van 07.07.2006

VRAAG 06/1358
Vr. en Antw., Kamer, 2006-2007, nr. 149, blz. 28880-28882
Aanslag van ambtswege - Motivering - Bewijslast
VRAAG
Ingevolge de beschikkingen van artikel 351, eerste lid, eerste tot vijfde gedachtestreepje van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 beschikken de belastingadministraties in principe over verschillende «mogelijkheden» voor het vestigen van een ambtshalve aanslag.
Met andere woorden: het vestigen van een ambtshalve aanslag is geen wettelijke verplichting maar veeleer een administratieve aanbeveling en geldt eerder als een bijkomende sanctiemogelijkheid.
Door middel van speciaal gecodeerde rubrieken op de wettelijke aangifteformulieren en gegevensborderellen inzake personenbelasting en inzake vennootschapsbelasting (zie bijvoorbeeld de administratieve code nr. 018) wordt aan de bevoegde directie- en inkohierdiensten opdracht gegeven om handmatig of elektronisch een ambtshalve aanslag te vestigen zodat zowel op het kohier, op het aanslagbiljet als op de berekeningsnota automatisch de vermelding « aanslag van ambtswege» zou worden aangebracht.
In bepaalde gevallen gebeurt het echter af en toe dat die vermelding «aanslag van ambtswege» op het aanslagbiljet niet werd aangebracht, enerzijds omdat de taxatieambtenaar naderhand toch heeft afgezien van de ambtshalve procedure, anderzijds omdat er zonder meer vergeten werd de nodige gecodeerde rubrieken (onder meer nr. 018) aan te vullen.
Terzake rijzen hierbij dan ook de volgende algemene praktische vragen.
1. Hebben in beide voornoemde gevallen door het niet-aanbrengen van vereiste technische computercodes de administraties inderdaad definitief afgezien van de ambtshalve procedure zodat daarenboven onder andere ook de bewijslast, waarvan sprake in artikel 352 WIB 1992, voortaan niet meer volledig op de belastingplichtige of bezwaarindiener rust ?
2. Gelden in dit verband tevens de beschikkingen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijk motivering van de bestuurshandelingen ?
3.
a) Moet - al dan niet op straffe van nietigheid en/of van verval - op een gemotiveerde wijze in de rand van het kohier, op het aanslagbiljet, op de berekeningsnota en in de vereiste rubrieken van het gegevensborderel inderdaad steeds de vermelding «aanslag van ambtswege» worden aangebracht wanneer de administraties de ambtshalve procedure uiteindelijk wel wensen toe te passen ?
b) Zo neen, om al welke gegronde en gemotiveerde redenen niet ?
c) Zo ja, op grond van welke wettelijke voorschriften en/of reglementaire beschikkingen en hie¨rarchisch bindende voorschriften dient dit wel steeds te gebeuren?
4. Over welke krachtige verhaal- of beroepsmogelijkheden beschikt de belastingplichtige wanneer de taxatiediensten uiteindelijk nagelaten hebben de aanslag van ambtswege te vestigen en de voorziene vermelding op het kohier en op het aanslagbiljet aan te brengen, terwijl de geschillen- en directiediensten toch weer opnieuw de procedure waarvan sprake in de artikelen 351 en 352 WIB 1992 wensen aan te houden in geval van bezwaar en beroep?
5. Kunt u punt per punt en dit afzonderlijk, zowel inzake personenbelasting, als inzake vennootschapsbelasting, uw algemene huidige ziens- en handelwijze meedelen, zowel onder meer in het licht van de wettelijke bepalingen van de artikelen 298, 299, 300, 351, 352, 352 bis, 375 en 340 van het WIB 1992 en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten als in het kader van het grondwettelijk legaliteitsbeginsel en van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 08.01.2007)
In tegenstelling tot wat het geachte lid meent wordt in geen enkel geval op het aanslagbiljet vermeld dat de aanslag van ambtswege werd gevestigd.
Geen enkele wetsbepaling verplicht de administratie in het kohier en, bijgevolg, op het aanslagbiljet te vermelden dat de aanslag van ambtswege of met andere woorden overeenkomstig artikel 351 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) is gevestigd (Cass., 8 februari 1967, Bulletin der Belastingen, nr. 442, blz. 1109). De administratie vestigt de belasting overeenkomstig de wettelijke voorschriften en brengt het resultaat ervan in het kohier.
Krachtens artikel 352 bis, WIB 1992, dient de administratie ten laatste de dag van de vestiging van de aanslag de belastingplichtige bij ter post aangetekende brief in kennis te stellen van het aan zijn antwoord op de kennisgeving van de aanslag van ambtswege gegeven gevolg evenals van de motieven die deze beslissing rechtvaardigen. Bijgevolg wordt de informatie aangaande het al dan niet vestigen van de aanslag overeenkomstig artikel 351, WIB 1992, in principe aan de belastingplichtige verstrekt in voormelde met redenen omklede kennisgeving van beslissing tot taxatie (bericht 279T). De verzending van dit bericht sluit de taxatieprocedure af.
Door de wijze waarop de procedure voor de vaststelling van de belastingen is georganiseerd wordt de belastingplichtige volledig ingelicht over wat betrekking heeft op de regularisatie van zijn fiscale toestand en van de desbetreffende motivering.
De administratie is van mening dat de door de fiscale procedure opgelegde verplichtingen minstens even streng zijn dan deze opgelegd door de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Er werd dan ook, zoals artikel 6 ervan toelaat, geen enkele bijzondere maatregel ten aanzien van deze wet genomen.