Parlementaire vraag nr. 469 van mevrouw Miranda Van Eetvelde van 24.06.2013

Parlementaire vraag nr. 469 van mevrouw Miranda Van Eetvelde dd. 24.06.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/153 dd. 24.03.2014, blz. 292

Het fiscaal stelsel voor sportbeoefenaars

VRAAG (van mevrouw Van Eetvelde)

Vanaf het inkomstenjaar 2008 (aanslagjaar 2009) gold een nieuw fiscaal stelsel voor de sportbeoefenaars. De algemene doelstelling van deze wetgeving beoogde hun inkomsten uit de sportactiviteit minder zwaar te belasten. De wet van 4 mei 2007 betreffende het fiscaal statuut van de bezoldigde sportbeoefenaars geldt hierbij als referentie. Trainers, opleiders en begeleiders van sportbeoefenaars ressorteren eveneens onder een vergelijkbaar fiscaal gunstregime, evenwel met andere voorwaarden en tarieven. Hetzelfde geldt voor wat de scheidsrechters betreft.

1. a) Wat is het globale bedrag aan belastingen dat ingevolge de toepassing van de voornoemde wet van 4 mei 2007 aan het tarief van 16,5 % voor de categorie "jonge sportbeoefenaars" werd geïnd, met opsplitsing per jaar (2008 tot en met 2012)?

b) Hoeveel jonge sportbeoefenaars ressorteerden onder dit belastingtarief (opgesplitst per jaar)?

2. a) Wat is het globale bedrag aan belastingen dat ingevolge de toepassing van de wet van 4 mei 2007 aan het tarief van 33 % voor de categorie "oudere" sportbeoefenaars, trainers en voetbalscheidsrechters werd geïnd, met opsplitsing per jaar (2008 tot en met 2012). Hoeveel "oudere" sportbeoefenaars, trainers en voetbalscheidsrechters ressorteerden onder dit belastingtarief (opgesplitst per jaar)?

3. Voor de vraag sub 2, is hier een opsplitsing mogelijk per specifieke categorie, met opgave van gemiddeld bedrag en aantal betrokken personen:

a) sportbeoefenaars;

b) scheidsrechters;

c) trainers;

d) sportbegeleiders en -opleiders?

4. Voor de vraag sub 1, 2 en 3, is hier een opsplitsing mogelijk aan de hand van het grensbedrag "betaalde sportbeoefenaars" zoals omschreven in de wet van 24 februari 1978 (actueel grensbedrag: 9.208 euro/jaar)?

5. Op basis van artikel 275 WIB 1992 en het koninklijk besluit van 20 december 2007 tot wijziging van het KB/WIB 1992 in uitvoering van artikel 275 (6), laatste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dient 80 % van de bedrijfsvoorheffing berekend op de aan de sportbeoefenaars betaalde bezoldigingen niet aan de Schatkist te worden doorgestort. Wat is het globale bedrag dat ingevolge de toepassing van deze regelgeving niet aan de schatkist werd doorgestort, gedurende de periode 2008 tot en met 2012 (met uitsplitsing van het bedrag per jaar)?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1) In onderstaande tabel worden de gevraagde gegevens weergegeven per aanslagjaar voor de sportbeoefenaars onderworpen aan het tarief van 16,5%. Voor aanslagjaar 2013 (inkomstenjaar 2012) zijn er nog geen cijfers beschikbaar.

2012

2011

2010

2009

Aantal

2308

1028

1368

1206

Bedrag

12.092.106 €

5.886.811 €

9.924.692 €

8.825.687 €

2) In onderstaande tabel wordt het betaalde bedrag aan belastingen tegen het tarief van 33% weergegeven per aanslagjaar voor zowel de sportbeoefenaars, voor hun sportieve activiteiten en voor zover zij op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 26 jaar hebben bereikt, voor de scheidsrechters, voor hun activiteiten als scheidsrechter tijdens sportwedstrijden als voor de opleiders, trainers en begeleiders, voor hun opleidende, omkaderende of ondersteunende activiteit ten behoeve van de sportbeoefenaars. Voor aanslagjaar 2013 (inkomstenjaar 2012) zijn er nog geen cijfers beschikbaar.

2012

2011

2010

2009

Aantal

4333

2067

2914

3489

Bedrag

9.924.184 €

5.134.364 €

6.886.052 €

6.886.404 €

3) De gevraagde opsplitsing wordt niet op het aangifteformulier voor de personenbelasting gemaakt. Bijgevolg kan de door u gevraagde opsplitsing niet gemaakt worden.

4) De wet van 24 februari 1978 schrijft voor vanaf wanneer er een arbeidsovereenkomst moet bestaan voor betaalde sportbeoefenaars. Enerzijds sluit dit niet uit dat er een arbeidsovereenkomst opgemaakt kan worden in gevallen waarin de wettelijke verplichting niet bestaat. Anderzijds heeft het al dan niet bestaan van een arbeidsovereenkomst geen gevolgen voor de aangifteplicht met betrekking tot de inkomsten vermeld onder de specifieke codes (zijnde de codes 1273 tem 1280 en 2273 tem 2280) voor de geviseerde doelgroep. De door het geachte lid gevraagde opsplitsing wordt in het kader van de inkomstenbelasting dan ook niet gemaakt. Bijgevolg kunnen hieromtrent geen cijfers verstrekt worden.

5) In onderstaande tabel worden de gevraagde gegevens betreffende de verminderde doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor sportbeoefenaars weergegeven.

Item/jaar

2008

2009

2010

2011

2012

Sportbeoefenaar(Art. 275^6 1ste lid WIB 92)

14.843.942,69

17.233.033.09

18.475.902,21

21.524.501,96

21.471.880,00

Sportbeoefenaar(Art. 275^6 2 de lid WIB 92)

22.542.641,50

25.151.577,20

25.876.661,44

29.330.069,10

33.425.805,19

Totaal

37.386.584,19

42.384.580,29

44.352.563,65

50.854.571,06

54.897.685,19