Parlementaire vraag nr. 1324 van de heer Chevalier van 14.04.1998

VRAAG 98/1324
Bull. nr. 788, pag. 1324
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 142, blz. 19545-19546
Doktersvennootschappen - Fiscale strook
VRAAG
Aan de getuigschriften voor verstrekte hulp door onder meer geneesheren is een fiscale strook gehecht. Dit schijnt niet het geval te zijn voor getuigschriften voor verstrekte hulp afgeleverd door zorgverstrekkers die hun prestaties leveren in het kader van een rechtspersoon (bvba of andere).
1.
Hoe is deze discriminatie te verantwoorden?
2.
Welke maatregelen overweegt u terzake te nemen?
ANTWOORD
Het onderscheid tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon met betrekking tot de verplichting om een ontvangstbewijs uit te reiken, vloeit voort uit de gemeenrechtelijke bepalingen inzake de bij te houden boekhouding.
Het is namelijk zo dat voor de handelsvennootschappen algemeen geldende regels zijn vastgelegd inzake de bij te houden boekhouding. Die regels zijn opgenomen in de wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en de in uitvoering daarvan genomen besluiten.
Om het de Administratie der directe belastingen mogelijk te maken zich ervan te vergewissen dat de ontvangsten vermeld op de getuigschriften voor verstrekte hulp op naam van een rechtspersoon, en inzonderheid een handelsvennootschap, op een correcte wijze in de boekhouding zijn opgenomen, verplicht artikel 8 van het ministerieel besluit van 2 december 1994 tot vastlegging van het model en het gebruik van de getuigschriften voor verstrekte hulp en van de overeenstemmingsstrook die moeten worden gebruikt door de inrichtingen voor geneeskundige verzorging (Belgisch Staatsblad van 22 december 1994) de betrokken rechtspersonen dan ook om op de duplicaten van de getuigschriften voor verstrekte hulp een verwijzing naar die boekhouding aan te brengen.
Daarentegen kent het gemeen recht geen boekhoudregels voor beoefenaars van vrije beroepen. Om die reden bepaalt artikel 320 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zelf de door die personen bij te houden boekhouding waarbij onder andere het uitreiken van een ontvangstbewijs wordt opgelegd.
Opgemerkt wordt dat de geneesheren en de geneesherenvennootschappen waarover de vraag van het geacht lid handelt, slechts een deel uitmaken van de belastingplichtigen waarop de voornoemde regels van toepassing zijn.