Parlementaire vraag nr. 118 van de heer Khalil Aouasti van 26.11.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/031 d.d. 16.12.2020, blz. 226

Achterstallige erelonen. - Juridische bijstand. (MV 8449C).

VRAAG (van de heer Aouasti)

Op 1 september 2020 is er een belangrijke hervorming van de juridische bijstand in werking getreden.

Door die hervorming, waarbij de inkomensdrempels aanzienlijk opgetrokken werden, zullen tal van rechtzoekenden onmiddellijk aanspraak kunnen maken op de bijstand van een advocaat.

Om de toepassing van dat recht te garanderen moeten we er wel voor zorgen dat de advocaten baat hebben bij hun optreden in het kader van juridische bijstand. Daarvoor moeten we werk maken van een snel en efficiënt vergoedingsmechanisme.

Door de achterstallige betalingen en naar aanleiding van een arrest van het Hof van Cassatie genieten veel advocaten die prestaties leveren in het kader van de kosteloze juridische bijstand via het systeem van de achterstallige erelonen een voordelig belastingtarief voor bepaalde inkomsten uit de juridische bijstand.

Zij hebben, kort gezegd, recht op dat belastingvoordeel als de betaling meer dan twaalf maanden na afloop van de prestatie volgt.

Dat systeem is slechts een lapmiddel voor de erg laattijdige uitbetaling van de wettelijk verschuldigde erelonen en is dan ook een slechte oplossing, zowel voor de advocaat, die (te) laat betaald wordt voor zijn werk, als voor de Staat, die fiscale ontvangsten misloopt door een systeem dat van overheidswege ingevoerd werd.

1. Wat is het totaalbedrag van de advocatenprestaties die op een dergelijke manier belast werden in 2016, 2017, 2018 en 2019? Graag ook een opsplitsing per jaar.

2. Beschikt u ook over een simulatie om de fiscale ontvangsten te bepalen die geïnd zouden zijn als de vergoeding op de normale manier geïnd zou zijn en niet afzonderlijk belast zou zijn? Graag een opsplitsing per jaar vanaf 2016.

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Mijn administratie beschikt niet over dergelijke statistieken.

De aparte codes die voorzien zijn voor de 'achterstallige erelonen' in de aangifte in de personenbelasting omvatten alle 'achterstallige erelonen' die een Belgische overheid (ongeacht het federale, regionale, provinciale, gemeentelijke niveau, enz.) betaalt aan verschillende categorieën van titularissen van vrije beroepen (advocaten, architecten, enz.) die de afzonderlijke belasting, bedoeld in art. 171, 6°, WIB 92, kunnen genieten.

Uit wat voorafgaat, blijkt duidelijk dat het niet mogelijk is om de achterstallige erelonen, ontvangen in het kader van de kosteloze juridische bijstand, afzonderlijk te bepalen.