Parlementaire vraag nr. 6377 van mevrouw Veerle Wouters van 28.10.2015

Mondelinge parlementaire vraag nr. 6377 van mevrouw Veerle Wouters dd. 28.10.2015

Kamer, Integraal Verslag – Commissie voor de Financiën, 2014-2015, CRIV 54 COM 258 dd. 28.10.2015, blz. 48

De afzonderlijke aanslag op geheime commissielonen

VRAAG (van mevrouw Wouters)

Mijnheer de minister, in uitvoering van het regeerakkoord zorgde de programmawet van 19 december 2014 voor een aanzienlijke versoepeling van de toepassing van de afzonderlijke aanslag, die door de vorige regering werd verstrengd en door de bedrijfswereld ais een pestbelasting werd aanzien. Met de circulaire 24/2015 van 11 juni 2015 geeft de administratie een eerste commentaar op de aanpassingen van de afzonderlijke aanslag of de aanslag geheime commissielonen. De nieuwe circulaire roept in de praktijk vragen op omtrent de overeenstemming met de wet. Uit de nieuwe bepalingen van artikel 219, zevende lid, WIB 92 blijkt uitdrukkelijk dat de afzonderlijke aanslag niet kan worden toegepast indien de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd, uiterlijk binnen twee jaar en zes maanden volgend op 1 januari van het betreffend aanslagjaar. Op basis van een passage in de Memorie van Toelichting is de administratie echter van mening dat er pas aan deze voorwaarde kan zijn voldaan wanneer zij in het bezit wordt gesteld van een schriftelijk akkoord van de verkrijger, met vermelding van zijn identiteit, zijn nationaal nummer en het bedrag dat hij heeft verkregen. Door te eisen dat er een schriftelijk akkoord moet zijn, voegt de administratie dus een voorwaarde toe aan de wet. Mijnheer de minister, ik heb de volgende vragen. Is een schriftelijk akkoord van de verkrijger nodig om de toepassing van de bijzondere aanslag uit te sluiten? Kan de bijzondere aanslag worden toegepast indien een vergoeding op een verkeerde code van een tijdig opgemaakte fiche 281 werd opgenomen? Kan de bijzondere aanslag worden toegepast indien een bedrag onder “kosten eigen aan de werkgever” van een tijdig opgemaakte fiche 281 werd vermeld, terwijl de administratie van oordeel is dat het om belastbare bezoldigingen gaat?

Antwoord (van de Minister van Financiën)

Mevrouw Wouters, wat uw eerste vraag betreft, kan ik u meedelen dat de omzendbrief waarnaar u verwijst inderdaad vermeldt dat de voorwaarde van ondubbelzinnige identificatie van de verkrijger geacht wordt vervuld te zijn wanneer er een schriftelijk akkoord van de verkrijger is. Een dergelijk akkoord wordt echter als dusdanig niet door de wet opgelegd, maar is slechts een van de mogelijke voorbeelden waarin sprake kan zijn van zogenaamde ondubbelzinnige identificatie. Van ondubbelzinnige identificatie is er sprake wanneer er geen twijfel bestaat over de identiteit van de verkrijger en wanneer vaststaat dat het bedrag van de uitgaven, dat als beroepskosten is opgenomen, overeenstemt met het bedrag dat aan de verkrijger is betaald. Een niet-betwiste fiche 281 bijvoorbeeld, laat eveneens een dergelijke ondubbelzinnige identificatie toe. Ik zal mijn administratie dan ook de opdracht geven de omzendbrief in die zin aan te passen, zodat deze aansluit bij de duidelijke wettelijke bepalingen ter zake. Zo kom ik to uw tweede en derde vraag. Een vergissing met betrekking tot de code op de fiche 281 geeft in principe geen aanleiding tot de toepassing van de afzonderlijke aanslag. De bedoeling is ervoor te zorgen dat de inkomsten in hoofde van de verkrijger worden belast. De voorziene termijn van twee jaar en zes maanden past in dezelfde bedoeling van de wetgever om voorrang te geven aan de rechtzetting in hoofde van de verkrijger van deze inkomsten. Wanneer een fiche 281 alle sommen vermeldt die de verkrijger in de loop van het belastbaar tijdperk heeft verkregen en die beroepskosten uitmaken, maar als die fiche niet op een correcte manier werd ingevuld, moet de toepassing van de afzonderlijke aanslag niet worden overwogen.

CONCLUSIE (van mevrouw Wouters)

Mijnheer de minister, ik dank u voor uw duidelijk antwoord. Er is heel wat wrevel over die omzendbrief omtrent die aanslag op geheime commissielonen, omdat een aantal omzettingen die men wil gaan doen uiteindelijk niet in overeenstemming is met de wet. Ik ben blij dat u op deze specifieke vraag een zeer duidelijk antwoord hebt kunnen formuleren.