Parlementaire vraag nr. 734 van de heer Benoît Drèze van 23.01.2014

Parlementaire vraag nr. 734 van de heer Benoît Drèze dd. 23.01.2014

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/150 dd. 03.03.2014, blz. 364

Inkomstenbelasting - Investeringsaftrek voor kmo's

VRAAG (de heer Drèze)

In het kader van het herstelplan heeft de regering beslist een investeringsaftrek van 4 procent in te voeren voor de kmo's, omdat die minder gebruik kunnen maken van de aftrek voor risicokapitaal dan de grote ondernemingen. Daartoe werd artikel 201 van het WIB 92 gewijzigd bij artikel 51 van de programmawet (I) van 26 december 2013, die verschenen is in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2013. Het gewijzigde artikel 201, waarin de modaliteiten van die maatregel worden vastgelegd, verwijst naar artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, van het WIB 92. De wetgeving voorziet echter al in een andere investeringsaftrek, met name voor vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling (artikel 69, § 1, 2°, b), van het WIB 92). Kan de aftrek die wordt ingevoerd bij artikel 201 van het WIB 92, voor dezelfde investering gecumuleerd worden met de aftrek zoals bedoeld in artikel 69, § 1, 2°, b) van hetzelfde Wetboek?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

De door het geachte lid bedoelde cumulatie van de in het kader van het relanceplan besliste investeringsaftrek van 4 % ten gunste van kleine vennootschappen, met de investeringsaftrek voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling is niet mogelijk. In de parlementaire stukken van de programmawet van 26 december 2013 werd immers gepreciseerd dat de investeringsaftrek van 4 % van toepassing is in dezelfde gevallen als bedoeld in artikel 201, 1e lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Het betreft dus de "gewone" investeringen. Dit wil zeggen dat investeringen die al in aanmerking komen voor een bijzondere regeling van investeringsaftrek (energiebesparende investeringen, enzovoort), niet zijn bedoeld.