Parlementaire vraag nr. 1237 van de heer de Donnea van 20.04.2006
Parlementaire vraag nr. 1237 van de heer de Donnea dd. 20.04.2006
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 127, blz. 24932-24933
Inkoop van eigen aandelen - Verrekening roerende voorheffing
VRAAG
Bedrijf A beslist een deel van zijn aandelen in te kopen voor de theoretische prijs van 100 per aandeel. Bedrijf A stort daartoe een kapitaal van 20 per aandeel.
B, een Belgische vennootschap die aan de vennootschapsbelasting is onderworpen, heeft de aandelen van A verworven voor een prijs van 70 per aandeel.
Overeenkomstig artikel 186, 1e lid, van het WIB 1992 wordt het positieve verschil tussen de verkrijgingsprijs en het gedeelte van het gevaloriseerde gestorte kapitaal dat de verkregen aandelen vertegenwoordigen, als een door A uitgekeerd dividend aangemerkt.
Overeenkomstig artikel 202, § 1, 2°, van het WIB 1992 is het positieve verschil tussen de verkregen sommen en de aanschaffingsprijs van de aandelen in hoofde van B als definitief belaste inkomst aftrekbaar van de belastbare grondslag.
In uitvoering van artikel 269, 1e lid, 2° bis, van het WIB 1992 is de roerende voorheffing voor uitkeringen die in artikel 186 van het WIB 1992 als dividenden worden aangemerkt, op 10% vastgesteld.
In uitvoering van artikel 123 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992 wordt de ingehouden roerende voorheffing verrekend met de vennootschapsbelasting van B "voor zover zij betrekking heeft op inkomsten die in de belastbare grondslag van die belasting zijn opgenomen".
Uit de bovenvermelde gegevens en bepalingen kan worden afgeleid dat:
- Overeenkomstig artikel 186, 1e lid, van het WIB 1992 het dividend dat als door A uitgekeerd wordt aangemerkt, 80 bedraagt;
- Overeenkomstig artikel 202, § 1, 2°, van het WIB 1992 het van de inkomsten van B aftrekbaar bedrag 30 bedraagt;
- In uitvoering van artikel 269, 1ste lid, 2°bis, van het WIB 1992 de door A op naam van B ingehouden roerende voorheffing 8 bedraagt.
Kan uw administratie bevestigen dat in uitvoering van artikel 123 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992 de verrekenbare roerende voorheffing voor B inderdaad overeenstemt met de ingehouden voorheffing die 8 bedraagt?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 26.06.2006)
Vooreerst wens ik te benadrukken dat het bedrag van het uitgekeerd dividend in het geval van een inkoop van eigen aandelen wordt bepaald overeenkomstig artikel 186, tweede tot vijfde lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).
In de hypothese dat:
1. de vennootschap B de aandelen van vennootschap A in volle eigendom bezit op het ogenblik van de inkoop door de emitterende vennootschap;
2. de inkoop plaats heeft met het oog op de vernietiging van die aandelen;
en de aankoop en de vernietiging van de aandelen plaatsvinden in hetzelfde belastbare tijdperk ten name van vennootschap B, is de roerende voorheffing die aan de bron werd ingehouden overeenkomstig artikel 269, eerste lid, 2° bis, WIB 1992 in principe verrekenbaar overeenkomstig de artikelen 279 en 281, WIB 1992 en 123 van het koninklijk besluit tot uitvoering van dit Wetboek.
