Parlementaire vraag nr. 827 van de heer Olaerts van 25.03.1997
VRAAG 97/827
Bull. nr. 775, pag. 2320
Vr. en Antw., Kamer, nr. 85, 1996-1997, blz. 11625
Beroepskosten - Euro
De dienstensectoren, de fabrieken, de zaken in groot- en kleinhandel, enzovoort, worden allemaal geconfronteerd met bijzondere kosten in verband met de invoering van de euro.
Het is dan ook hoog tijd dat de regering zich klaar en duidelijk uitspreekt over de fiscale behandeling van die verschillende kosten en investeringen.
Hoe zullen de inschattingen, de waardebepalingen, de aftrekposten, de afschrijvingen van investeringen, de versnelde en verhoogde aftrekken, het ritme en de termijnen, enzovoort, fiscaal worden behandeld ?
ANTWOORD
Zoals ik reeds heb vermeld in het antwoord op de door het geacht lid gestelde parlementaire vraag nr. 736 van 3 februari 1997 (Vragen en Antwoorden, Kamer, gewone zitting 1996-1997, nr. 78 van 21 april 1997, blz. 10661) zal te gepasten tijde een administratieve circulaire worden gepubliceerd met betrekking tot de fiscale gevolgen van het standpunt dat door de Commissie voor boekhoudkundige normen werd ingenomen in haar advies nr. 173/1 betreffende de boekhoudrechtelijke aspecten van de overschakeling op de euro.
Evenwel kan ik het geacht lid nu reeds mede delen dat wat de investeringen betreft die naar aanleiding van de overschakeling op de euro worden verworven of tot stand gebracht, de algemeen geldende fiscaal-boekhoudkundige waarderings- en afschrijvingsregels in beginsel ongewijzigd van toepassing zijn. Zulks impliceert onder meer dat :
- inzake de aard van de afschrijfbare bestanddelen en de vaststelling van de afschrijfbare waarde, de boekhoudreglementering in de regel van toepassing is op het fiscale vlak;
- wat de bepaling van de jaarlijkse toe te passen afschrijvingsquotiteit betreft, specifieke fiscale bepalingen van toepassing zijn (zie de Administratieve commentaar op de artikelen nrs. 61 tot 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992).
Bron: FisconetPlus
