Parlementaire vraag nr. 135 van de heer de Clippele van 06.02.1984
VRAAG 84/135
Vraag nr. 135 van de heer de Clippele dd. 06.02.1984
Bull. nr. 630, pag. 1751-1752
Beroepskosten - Interesten - Winsten of baten uit een vorige beroepswerkzaamheid
Een gewezen zelfstandige had bij een financiële instelling leningen aangegaan voor beroepsinvesteringen. De rente was toen aftrekbaar als bedrijfsuitgave.
Bij de overdracht van zijn zaak had hij de leningen nog niet terugbetaald. Hij belegt het bedrag van de overdracht en geeft de opbrengst van de belegging aan als roerend inkomen.
Mag hij de rente van de vroegere lening aftrekken op grond van artikel 71, § 1, 2°, W.I.B., tot het beloop van zijn roerend en onroerend inkomen?
Een ontkennend antwoord zou het paradoxale gevolg hebben dat hij zijn lening zou moeten terugbetalen om opnieuw hetzelfde bedrag te kunnen ontlenen.
ANTWOORD
De vraag dient bevestigend te worden beantwoord, met dien verstande dat de interesten waarover het gaat niet vatbaar zijn om als bedrijfsuitgaven te worden afgetrokken van de winsten of baten die na het staken van de bedrijvigheid eventueel worden behaald en die belastbaar zijn op grond van artikel 20, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Vraag nr. 135 van de heer de Clippele dd. 06.02.1984
Bull. nr. 630, pag. 1751-1752
Beroepskosten - Interesten - Winsten of baten uit een vorige beroepswerkzaamheid
Een gewezen zelfstandige had bij een financiële instelling leningen aangegaan voor beroepsinvesteringen. De rente was toen aftrekbaar als bedrijfsuitgave.
Bij de overdracht van zijn zaak had hij de leningen nog niet terugbetaald. Hij belegt het bedrag van de overdracht en geeft de opbrengst van de belegging aan als roerend inkomen.
Mag hij de rente van de vroegere lening aftrekken op grond van artikel 71, § 1, 2°, W.I.B., tot het beloop van zijn roerend en onroerend inkomen?
Een ontkennend antwoord zou het paradoxale gevolg hebben dat hij zijn lening zou moeten terugbetalen om opnieuw hetzelfde bedrag te kunnen ontlenen.
ANTWOORD
De vraag dient bevestigend te worden beantwoord, met dien verstande dat de interesten waarover het gaat niet vatbaar zijn om als bedrijfsuitgaven te worden afgetrokken van de winsten of baten die na het staken van de bedrijvigheid eventueel worden behaald en die belastbaar zijn op grond van artikel 20, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Bron: FisconetPlus
