Parlementaire vraag nr. 680 van de heer de Clippele van 13.09.1993
VRAAG 93/680
Bull. nr. 734, pag. 201
Bedrijfsvoorheffing
Het koninklijk besluit van 22 juli 1993 tot verhoging van de bedrijfsvoorheffing (Belgisch Staatsblad van 24 juli 1993) verhoogt enerzijds de bedrijfsvoorheffing met 3 % en legt anderzijds aan de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing de verplichting op om 103 % bedrijfsvoorheffing af te houden en door te storten naar de Schatkist.
Nochtans wordt de personenbelasting, bedoeld in artikel 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vastgesteld door middel van de door artikel 365 van het wetboek voorgeschreven inkohiering en geheel of ten dele gekweten door het bedrag van de geïnde voorheffingen, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 276 en 296 van hetzelfde wetboek.
1. Op welke rechtsgrond(en) steunt en waar haalt de Koning de bevoegdheid voor dat koninklijk besluit, nu die niet wordt gegeven in artikel 22 van de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen (Belgisch Staatsblad van 24 juli 1993) ?
2. Hoe kan wettelijk een hogere voorheffing worden afgehouden dan de uiteindelijk verschuldigde personenbelasting ?
3. Moeten eveneens 3 % meer voorafbetalingen worden gedaan, of bestaat voor het criterium van onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording ?
4. Als het vaststaat dat de aangewende middelen redelijkerwijze niet evenredig zijn met het beoogde doel, worden dan de artikelen 6, 6bis en 112 van de Grondwet niet geschonden en wordt aldus de wet niet omzeild of gepoogd die ongedaan te maken ?
ANTWOORD
Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden te vinden om zijn vragen.
1 en 2. Uit artikel 463bis, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, ingevoegd door de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen, volgt :
- de vestiging van een aanvullende crisisbijdrage (3 %) op onder meer de personenbelasting;
- de gelijkstelling van die bijdrage met de personenbelasting;
- de toepassing van de artikelen 270 tot 275 van voormeld wetboek (bepalingen inzake bedrijfsvoorheffing) op de aanvullende crisisbijdrage.
3. Aangezien de aanvullende crisisbijdrage de belasting met 3 % verhoogt, zal die bijdrage uiteraard de vaststelling van de voorafbetalingen beïnvloeden.
4. Van een schending van de Grondwet kan hier geen sprake zijn. De aanvullende crisisbijdrage zal voor alle belastingplichtigen op dezelfde wijze worden toegepast.
Bron: FisconetPlus
