Parlementaire vraag nr. 452 van de heer Sevenhans van 29.07.2004

VRAAG 04/452
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 59, blz. 9346-9347
Vraag om inlichtingen
VRAAG
Een accountantskantoor wees mij op een vraag om inlichtingen van drie bladzijden verstuurd door een controle personenbelasting.
Wat opvalt is dat een inspecteur medio juli 2004 een vraag om inlichtingen heeft verstuurd over de aanslagjaren 2002 tot en met 2004 (inkomsten 2001 tot en met 2003). Zoals u weet, dient de aangifte aanslagjaar 2004 pas ingediend op 30 juli 2004 of als ze via tax-on-web door een accountantskantoor wordt ingediend, pas op 31 oktober 2004.
Met andere woorden de inspecteur stelt een vraag om inlichtingen over een aangifte die nog moet worden ingediend!
Verder merk ik op dat er geen enkele concrete vraag wordt gesteld over de onderzochte periode, maar dat er algemene vragen worden gesteld. Zo lees ik bijvoorbeeld dat onder andere de bezoldigingen, tantièmes, voordelen alle aard, huur, enzovoort dienen opgegeven voor drie aanslagjaren.
Deze vraagstelling verwondert, vermits deze informatie sowieso opgenomen is in de aangiften. Met andere woorden de inspecteur verzoekt de belastingplichtige de facto een tweede maal zijn inkomsten te declareren.
Bovendien worden in de vraag om inlichtingen ongeoorloofde vragen gesteld. Zo lezen we bijvoorbeeld dat de belastingplichtige de ontvangen dividenden moet opgeven uit de vennootschappen waar hij actief is. Zoals u weet, is een dividend onderhevig aan de roerende voorheffing. De roerende voorheffing is een bevrijdende belasting en dient derhalve niet aangegeven in de aangifte personenbelasting.
U begrijpt dat dergelijke algemene vraagstelling van drie bladzijden en bovenop naar inkomsten die nog moeten aangegeven worden, een enorme administratieve belasting betekenen voor de belastingplichtige.
1. Wat is uw standpunt over zulke vragen om inlichtingen?
2. Welke maatregelen neemt u om in de toekomst zulke vraagstellingen te vermijden?
ANTWOORD (Vice-eerste minister en minister van Financiën, 24.12.2004)
Krachtens artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is de belastingplichtige verplicht schriftelijk alle inlichtingen te verstrekken die van hem gevorderd worden met het oog op het onderzoek van zijn belastingtoestand.
Dienaangaande bepalen de permanente administratieve onderrichtingen echter dat:
  • slechts een goed overwogen en gematigd gebruik mag worden gemaakt van de hier aan de administratie verleende bevoegdheid;
  • de vragenlijsten aan ieder geval moeten worden aangepast en dat het opzenden "in serie" moet worden vermeden van vragenlijsten die ingewikkeld zijn en een algemene draagwijdte hebben;
  • dat in geweten met ruim inzicht en met inachtneming van de overlegde bewijsstukken of uitleggingen, de gegrondheid dient te worden beoordeeld van de redenen die worden aangevoerd door een belastingplichtige die aandringt hetzij op een verlenging van de toegestane termijn, hetzij zelfs, in sommige bijzondere gevallen, op vrijstelling van het verstrekken van al of een gedeelte van de gevraagde inlichtingen of van het overleggen van sommige verantwoordingsstukken.
De betrokken dienst zal aan die algemene onderrichtingen worden herinnerd.