Parlementaire vraag nr. 1236 van de heer Wauthier van 09.02.1998

VRAAG 98/1236
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 125, blz. 17310-17311
Inlichtingen - Reisbureaus
VRAAG
Naar verluidt is de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) opnieuw van plan de fiscale situatie van sommige reisagentschappen te onderzoeken, hoofdzakelijk om inlichtingen over de klanten van die agentschappen te verzamelen. De BBI gaat erg ver en vraagt de agentschappen - "indien mogelijk op informatiedrager" - een lijst ter beschikking te houden van de door hun klanten geboekte reizen die meer dan 50.000 frank kosten.
Los van het feit dat die laatste eis de verplichtingen overschrijdt die de belastingplichtige luidens artikel 315 van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992 heeft, wil ik de aandacht vestigen op de rampzalige gevolgen die een dergelijk onderzoek een tiental jaren geleden op de omzet en de resultaten van de Belgische reisagentschappen had. Een gedeelte van de klanten van de Belgische reisagentschappen wendde zich toen namelijk tot reisagentschappen in de buurlanden, en meer bepaald in het groothertogdom Luxemburg.
De gevolgen van een dergelijk onderzoek zijn hoogst schadelijk voor de agentschappen in het Waalse Gewest. Is het wel opportuun stokken in de wielen te steken van ondernemingen die stand houden en de werkgelegenheid niet inkrimpen, nu alle actieve krachten in dat gewest zich inzetten om de economie te doen heropleven en de werkloosheid te bestrijden?
1. Wat is uw mening over die nieuwe bedreiging voor Belgische ondernemingen, die in het algemeen zelfbedruipend zijn en geen enkele subsidie ontvangen?
2. Is het niet de bedoeling, via de bepalingen van artikel 317, WIB 1992, de bepalingen te omzeilen van artikel 322, WIB 1992 die de onderzoeksbevoegdheid ten aanzien van derden tot "een bepaalde belastingplichtige" beperken?
3. Wordt hetzelfde onderzoek gevoerd bij de reisagentschappen in het Vlaamse Gewest?
ANTWOORD
1. De door de BBI ingestelde onderzoeken waarnaar het geacht lid verwijst hadden geenszins een systematisch karakter. Slechts drie reisagentschappen kregen een aankondiging van een bezoek ter plaatse.
Het ging dus zeker niet om een sectorieel onderzoek. Het was anderzijds geenszins de bedoeling van het onderzoek om lijsten op te stellen met het oog op een systematisch nazicht van de fiscale toestand van de totaliteit van het cliënteel van deze agentschappen. Integendeel, het had enkel tot doel belastingplichtigen op te sporen die op frauduleuze wijze de kostprijs van plezierreizen aftrekken, door die onder de vorm van deelneming aan congressen, colloquia of seminaries als beroepsmatige kosten in hun fiscale aangifte te vermelden.
Dit beoogde doel werd trouwens duidelijk omschreven in een door de directeur-generaal van de BBI via het agentschap Belga op 11 februari 1998 verspreide perscommuniqué.
Het is bijgevolg overdreven om in dit geval te spreken over een "nieuwe bedreiging voor Belgische ondernemingen". De Belgische Federatie van de toeristische sector verklaarde zich trouwens gerustgesteld na de verduidelijkingen die ik heb verstrekt in antwoord op de mondelinge vraag die het geacht lid mij op 12 februari 1998 heeft gesteld.
2. De onderzoeken werden niet enkel uitgevoerd op grond van artikel 322 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, dat aan de administratie inderdaad de mogelijkheid biedt om bij derden inlichtingen in te zamelen betreffende een bepaalde belastingplichtige, maar ook op grond van artikel 323 van hetzelfde Wetboek dat de administratie toelaat bij derden voor alle of een deel van hun verrichtingen of activiteiten - zijn bedoeld, winstgevende of beroepsmatige - de overlegging te vorderen van inlichtingen slaande op elke persoon of groep van personen, zelfs niet met name aangeduid, met wie zij rechtstreeks of onrechtstreeks in betrekking zijn geweest uit hoofde van die verrichtingen of activiteiten.
3. Zoals het vaak voorkomt bij onderzoeken door de BBI, worden deze aangevat met de controle van een zeer beperkt aantal belastingplichtigen. Enkel indien daarbij fraudemechanismen worden blootgelegd waarvan men kan aannemen dat ze op grotere schaal worden toegepast, zal het onderzoek worden uitgebreid naar de ganse economische sector en naar het gehele grondgebied van het Koninkrijk.