Parlementaire vraag nr. 470 van de heer Van Grembergen van 05.03.1993

VRAAG 93/470

Vraag nr. 470 van de heer Van Grembergen dd. 05.03.1993


Bull. nr. 729, pag. 1901

Beroepskosten - Forfait

Zoals u in uw antwoord op mijn vraag nr. 354 van 13 januari 1993 terecht opmerkt, betreft het arrest van het hof van beroep van Brussel van 2 februari 1992 een belastingplichtige met twee afzonderlijke bezoldigingen als werknemer (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 1992-1993, nr. 48, blz. 3961). Overeenkomstig Com.IB 51/5 en dat arrest mag dergelijke belastingplichtige het forfait voor beroepskosten slechts eenmaal toepassen op het geheel van zijn beroepsinkomsten.

Zo'n belastingplichtige wordt echter gediscrimineerd in vergelijking met belastingplichtigen die een activiteit als loontrekkende en als zelfstandige cumuleren. Op basis van Com.IB 51/43 staat de administatie inderdaad toe dat het forfait afzonderlijk berekend wordt op lonen en baten.

In het arrest van 7 februari 1992 stelt het hof dat zowel de letter als de geest van de wettekst zich verzetten tegen een dubbele toepassing van het forfait, enerzijds op lonen en anderzijds op baten. De berekening van het forfait en de maximumgrens van hetzelfde forfait gelden voor het geheel van de inkomsten die ervoor in aanmerking komen, ongeacht de oorsprong van de betreffende inkomsten.

1.Sluit de administratie zich aan bij die zienswijze ?
2.Zo neen, wat is de wettelijke basis om Com.IB 51/43 te handhaven ?
ANTWOORD

De administratie der directe belastingen heeft niet de bedoeling de richtlijnen die zijn opgenomen in de nrs. 51/42 en 51/43 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen (Com.IB) te wijzigen.

Het brutobedrag van de inkomsten van iedere beroepswerkzaamheid wordt krachtens artikel 23, § 2, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 verminderd met de beroepskosten die erop betrekking hebben.