Parlementaire vraag nr. 628 van de heer Georges Gilkinet van 25.10.2013
Parlementaire vraag nr. 628 van de heer Georges Gilkinet dd. 25.10.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/B139 dd. 09.12.2013, blz. 250
Kadastraal inkomen van materieel en outillage. - Onroerende voorheffing
VRAAG
De onroerende voorheffing is een gewestelijke belasting, en het is aan de Gewesten om het tarief ervan te bepalen en vrijstellingen toe te kennen. Het is echter de federale Staat die bevoegd is voor de vaststelling van de belastbare grondslag en voor de inning. Wanneer een al dan niet gebouwd onroerend goed materieel en outillage omvat, bepaalt het Kadaster een afzonderlijk kadastraal inkomen voor dat materieel en die outillage, op grond waarvan de onroerende voorheffing wordt geïnd. Artikel 253 WIB 1992 omvat een reeks vrijstellingen die gelden in Wallonië.
1. Welk bedrag aan onroerende voorheffing wordt er door de federale Staat geïnd voor materieel en outillage?
2. Hoe is dat bedrag de jongste vijf jaar geëvolueerd? 3. Hoe wordt dat bedrag tussen de Gewesten verdeeld?
ANTWOORD
1. en 2. Hierna kan het geachte lid de ingevorderde bedragen inzake onroerende voorheffing betreffende materieel en outillering vinden, alsmede de evolutie van de ingevorderde bedragen gedurende de vijf voorgaande aanslagjaren:
| Gewest | |||
| Aanslagjaar | Brussels Hoofdstedelijk Gewest ___ Ontvangsten in EUR | Wallonië ___ Ontvangsten in EUR | Totaal ___ Ontvangsten in EUR |
| 2008 2009 2010 2011 2012 | 12 813 043 11 112 892 7 787 945 9 883 910 6 545 087 | 167 281 898 159 488 856 154 076 579 151 330 012 143 195 580 | 180 094 940 170 601 748 161 864 524 161 213 921 149 740 667 |
N.B.: de daling van de ontvangsten in het jaar 2012 tegenover het jaar 2011 bij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is te wijten aan de splitsing in de organisatiestructuur van een belangrijke industriële onderneming met als doel het vastgoed af te splitsen van de operationele werking waarvan het materieel en outillage deel uitmaken. Deze splitsing had een daling van het belastbaar kadastraal inkomen tot gevolg van ongeveer 4.850.000 euro. 3. Er wordt opgemerkt dat de inning en invordering van de onroerende voorheffing voor het Vlaams Gewest tot de bevoegdheid van dit Gewest behoort vanaf het aanslagjaar 1999. Wat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest betreft, worden deze inkomsten verdeeld onder deze Gewesten in functie van de ligging van het betrokken onroerend goed.
