Parlementaire vraag nr. 972 van de heer Roose van 03.07.1997

VRAAG 97/972

Vraag nr. 972 van de heer Roose dd. 03.07.1997


Bull. nr. 778, pag. 163

Vr. en Antw., Kamer, nr. 96, 1996-1997, blz. 13048-13050

Bescheiden woning. - Buitenlanders.

VRAAG

Met toepassing van artikel 257 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen,1992 wordt op vraag van belanghebbende een vermindering van 25 % toegekend op de onroerende voorheffing, wanneer het kadastraal inkomen van de gezamelijk in België gelegen onroerende goederen niet meer bedraagt dan 30.000 frank.

Aan de kust, maar ongetwijfeld ook in andere regio's van ons land, stellen we vast dat EU-onderdanen (in het bijzonder Duitsers) kleinere vakantiewoningen aanschaffen als tweede verblijven.

Hoewel deze tweede verblijven op lokaal niveau sterk belast worden, zou naar verluidt deze vakantiegangers kunnen genieten van een gedeeltelijke vrijstelling van de onroerende voorheffing op hun tweede verblijf, wanneer zij voldoen aan de voorwaarden zoals opgesomd in genoemd artikel 257, WIB 1992. Dit zou kunnen omdat de waarde van de hoofdverblijfplaats in het buitenland niet is gekend en dus niet wordt meegeteld.

1. a) Kan u deze gunstmaatregel bevestigen?

b) Wat is uw zienswijze hieromtrent?

2. a) Is de wetgever in de (wettelijke) mogelijkheid om - in het licht van onder andere het OESO-modelverdrag - de huurwaarde van de in het buitenland gelegen onroerende goederen mee in rekening te brengen?

b) Indien dit het geval is, beschikt de fiscale administratie over de wettelijke instrumenten om de nodige informatie op te vragen bij de buitenlandse belastingadministraties ?

3. Kunnen landgenoten met tweede verblijven in het buitenland, eveneens aldaar genieten van enige vorm van vrijstelling van grondbelasting?

4. Kan de fiscale administratie de waarde ramen van de vrijstellingen van onroerende voorheffing die verleend worden voor tweede verblijven aan EU-onderdanen?

ANTWOORD

Het geacht lid gelieve hierna het antwoord te vinden op zijn vragen.

1.
a) en b) Artikel 257, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992 (WIB 1992) bepaalt dat op aanvraag van de belanghebbende
een vermindering van een vierde van de onroerende voorheffing
wordt verleend in het verband met de door de belastingplichtige
volledig betrokken woning, wanneer het kadastraal inkomen van
zijn gezamenlijke in België gelegen onroerende goederen niet
meer bedraagt dan 30.000 frank.

De genieter van de vermindering is de belastingplichtige of anders gezegd de schuldenaar van de onroerende voorheffing. Dit betekent dat hij die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker van het onroerend goed is, de vermindering kan genieten.

De vermindering kan worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • op 1 januari van het aanslagjaar moet het onroerend goed een woning zijn;
  • op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige heel de woning betrekken, dat wil zeggen dat de belastingplichtige in feite het volledig gebruik ervan moet hebben;
  • op 1 januari van het aanslagjaar mag het kadastraal inkomen van de gezamenlijke in België gelegen onroerende goederen niet meer bedragen dan 30.000 frank.


Een EU-onderdaan die in België belastingplichtige is van de onroerende voorheffing kan aanspraak maken op de vermindering bepaald in artikel 257, 10, WIB 1992, indien aan de voormelde voorwaarden is voldaan.

Voormeld wetsartikel is immers zeer duidelijk en laat niet toe de waarde van een eventueel in het buitenland gelegen onroerend goed in aanmerking te nemen om te bepalen of de hiervoor vermelde grens van 30.000 frank al dan niet is overschreden.

2. Het antwoord op vraag 2, a), luidt ontkennend. De vraag 2, b), is bijgevolg zonder voorwerp.

3. Of landgenoten met tweede verblijven in het buitenland aldaar eveneens enige vorm van vrijstelling van een grondbelasting kunnen genieten is afhankelijk van de in dat land terzake geldende wetgeving.

4. De Administratie der directe belastingen beschikt niet over statistische gegevens betreffende vrijstellingen van onroerende voorheffing voor tweede verblijven specifiek verleend aan niet- Belgische EU-onderdanen.