Parlementaire vraag nr. 95 van de heer Olivier van 07.06.1996
VRAAG 96/095
Vraag nr. 95 van de heer Olivier dd. 07.06.1996
Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-58, blz. 2954-2956
Bull. nr. 781, pag. 753
Forfaitaire regelingen.
VRAAG
Voor een aantal categorieën belastingplichtigen wordt de belasting niet berekend op basis van reële ontvangsten, maar op basis van een forfaitaire aanslag. Het forfait wordt vastgesteld in overleg met de betrokken beroepsorganisatie en op basis van de belastbare omzet. Meestal wordt het belastbaar forfait berekend op basis van de totale aankoop van een basisproduct in een voorgaand jaar.
Graag had ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen:
1. Kan het forfaitair stelsel bij een aantal categorieën belastingplichtigen waar andere bewijsmiddelen voor het inkomen voor handen zijn of kunnen verplicht worden gesteld (geijkt kasregister, verplichte boekhouding, ...), worden afgeschaft en zo ja, bij welke categorieën acht de geachte minister dit mogelijk?
2. Moet bij de vaststelling van het forfait niet meer aandacht worden besteed aan meerdere indicatoren? Is het niet aangewezen niet alleen de totale aankoop van één basisproduct in een voorgaand jaar in aanmerking te nemen, maar ook rekening te houden met de huur, de betaalde elektriciteit, het personeel, de aankoop van andere basisproducten bij de vaststelling van het forfait?
3. Aangezien de forfaitaire grondslag wordt vastgesteld in overleg met de betrokken beroepsorganisatie betreft het een "onderhandeld belastbaar inkomen". Is het niet eerder aangewezen dat de administratie van belastingen onderzoekt en bepaalt hoe het forfait wordt opgesteld? Wordt er door de administratie voldoende controle en toezicht uitgeoefend bij de opstelling en uitvoering van het forfaitair stelsel?
ANTWOORD
Vooreerst dient het onderscheid te worden benadrukt tussen de forfaitaire BTW-regeling, bepaald bij artikel 56, § 1, van het BTW- Wetboek en de forfaitaire grondslagen van aanslag zoals bepaald in artikel 342, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
Inzake inkomstenbelastingen vormen de forfaitaire grondslagen van aanslag een bewijsmiddel om de winst vast te stellen dat slechts kan worden aangewend bij gebrek aan bewijskrachtige bescheiden. Die forfaitaire grondslagen kunnen bijgevolg niet worden toegepast om de belastbare inkomsten vast te stellen van belastingplichtigen die bewijskrachtige boeken en bescheiden houden.
Inzake BTW vormt de forfaitaire regeling geen bewijsmiddel maar een vereenvoudigde regeling voor belastingheffing waarvoor elke belastingplichtige die aan de voorwaarden voldoet kan opteren; deze regeling is voorzien in artikel 24, 1, van de zesde BTW-richtlijn. De forfaitaire grondslagen van aanslag bedoeld in artikel 56, § 1, van het BTW-Wetboek moeten het mogelijk maken de belastbare omzet te bepalen van de belastingplichtigen die geen gedetailleerde boekhouding houden en die normaal geen facturen moeten uitreiken, zonder dat de betrokkenen hun ontvangsten van dag tot dag moeten optekenen. Voor het overige blijven de gewone mechanismen van het BTW-stelsel, en inzonderheid het mechanisme van de aftrek, in beginsel van toepassing op de kleine ondernemingen die aan de forfaitaire regeling onderworpen zijn.
1. Enerzijds doen de voornoemde fiscale bepalingen geen afbreuk aan de dwingende voorschriften van de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en anderzijds houden zij rekening met de werkelijkheid. Zolang sommige handelaars de boekhoudvoorschriften niet naleven blijven de forfaitaire grondslagen van aanslag een geschikte methode om hun belastbare inkomsten te bepalen.
Een studie omtrent het verplicht in gebruik stellen van gestandaardiseerde kasregisters in België heeft uitgewezen dat een dergelijke verplichte ingebruikname niet opportuun zou zijn. In dat verband kan worden verwezen naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 795 van de heer volksvertegenwoordiger Jean-Pierre Viseur van 3 maart 1997 (bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer van volksvertegenwoordigers, 1996-1997, nr. 78, blz. 10669-10671). Momenteel bestaat er geen reden om van de huidige regeling van forfaitaire grondslagen af te zien.
2. Alle forfaitaire grondslagen van aanslag worden vastgesteld rekening houdend met de kenmerken eigen aan elk beroep. In de meeste gevallen worden de forfaitaire regelingen voor de handelaars, zowel inzake BTW als inzake inkomstenbelastingen, derwijze opgebouwd dat het omzetcijfer of de winst wordt verkregen door het bedrag van de aankopen te vermenigvuldigen met een voor iedere koopwarengroep vastgestelde coëfficiënt. Zoals voor alle handelaars is de aankoopfactuur van primordiaal belang en bestaat er een rechtstreeks verband tussen de input (hoeveelheid verwerkte of verkochte goederen) en de output (omzet of winst).
Het in aanmerking nemen van meerdere parameters is niet van aard de fraude beter te bestrijden dan nu het geval is. Zelfs met een systeem dat meerdere parameters omvat, blijft de aankoop van grondstoffen, producten en koopwaren een specifiek controlemiddel ten overstaan van de handelaars wegens het feit dat deze de neiging zullen hebben hun aankopen te verdoezelen, en dit ongeacht of ze onderworpen zijn aan de forfaitaire regeling dan wel aan de normale regeling. De door het geachte lid aangehaalde parameters zijn niet minder fraudegevoelig en houden voor het overige onvoldoende rekening met de wijzigingen die zich kunnen voordoen onder de diverse elementen die bijdragen tot de vorming van het exploitatieresultaat.
In de veronderstelling dat alle aankopen gekend zijn, geeft het huidige systeem van forfaitaire regeling beter de werkelijke belastbare basis weer. Bovendien is de aankoopfactuur inzake BTW de hoeksteen van het taxatiesysteem en vormt zij tevens de basis om de aftrekbare en verschuldigde belastingen te bepalen.
3. Inzake inkomstenbelastingen worden de forfaitaire grondslagen van aanslag in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen vastgesteld en inzake BTW na ze te hebben geraadpleegd. De beroepsgroeperingen moeten gedetailleerde en becijferde voorstellen indienen. Van hun kant winnen de betrokken fiscale administraties alle gegevens in die nodig zijn om de gedurende het beschouwde jaar verwezenlijkte omzet of winst te bepalen.
Op grond van al die elementen en gegevens worden omtrent de samenstellende bestanddelen van de desbetreffende forfaitaire regeling onderhandelingen gevoerd met de betrokken beroepsgroeperingen die dan in de regel leiden tot het vaststellen van de forfaitaire grondslagen van aanslag.
De betrokken fiscale administraties oefenen ter zake voldoende controle en toezicht uit.
Tenslotte wil ik nog verduidelijken dat:
Vraag nr. 95 van de heer Olivier dd. 07.06.1996
Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-58, blz. 2954-2956
Bull. nr. 781, pag. 753
Forfaitaire regelingen.
VRAAG
Voor een aantal categorieën belastingplichtigen wordt de belasting niet berekend op basis van reële ontvangsten, maar op basis van een forfaitaire aanslag. Het forfait wordt vastgesteld in overleg met de betrokken beroepsorganisatie en op basis van de belastbare omzet. Meestal wordt het belastbaar forfait berekend op basis van de totale aankoop van een basisproduct in een voorgaand jaar.
Graag had ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen:
1. Kan het forfaitair stelsel bij een aantal categorieën belastingplichtigen waar andere bewijsmiddelen voor het inkomen voor handen zijn of kunnen verplicht worden gesteld (geijkt kasregister, verplichte boekhouding, ...), worden afgeschaft en zo ja, bij welke categorieën acht de geachte minister dit mogelijk?
2. Moet bij de vaststelling van het forfait niet meer aandacht worden besteed aan meerdere indicatoren? Is het niet aangewezen niet alleen de totale aankoop van één basisproduct in een voorgaand jaar in aanmerking te nemen, maar ook rekening te houden met de huur, de betaalde elektriciteit, het personeel, de aankoop van andere basisproducten bij de vaststelling van het forfait?
3. Aangezien de forfaitaire grondslag wordt vastgesteld in overleg met de betrokken beroepsorganisatie betreft het een "onderhandeld belastbaar inkomen". Is het niet eerder aangewezen dat de administratie van belastingen onderzoekt en bepaalt hoe het forfait wordt opgesteld? Wordt er door de administratie voldoende controle en toezicht uitgeoefend bij de opstelling en uitvoering van het forfaitair stelsel?
ANTWOORD
Vooreerst dient het onderscheid te worden benadrukt tussen de forfaitaire BTW-regeling, bepaald bij artikel 56, § 1, van het BTW- Wetboek en de forfaitaire grondslagen van aanslag zoals bepaald in artikel 342, § 1, tweede lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
Inzake inkomstenbelastingen vormen de forfaitaire grondslagen van aanslag een bewijsmiddel om de winst vast te stellen dat slechts kan worden aangewend bij gebrek aan bewijskrachtige bescheiden. Die forfaitaire grondslagen kunnen bijgevolg niet worden toegepast om de belastbare inkomsten vast te stellen van belastingplichtigen die bewijskrachtige boeken en bescheiden houden.
Inzake BTW vormt de forfaitaire regeling geen bewijsmiddel maar een vereenvoudigde regeling voor belastingheffing waarvoor elke belastingplichtige die aan de voorwaarden voldoet kan opteren; deze regeling is voorzien in artikel 24, 1, van de zesde BTW-richtlijn. De forfaitaire grondslagen van aanslag bedoeld in artikel 56, § 1, van het BTW-Wetboek moeten het mogelijk maken de belastbare omzet te bepalen van de belastingplichtigen die geen gedetailleerde boekhouding houden en die normaal geen facturen moeten uitreiken, zonder dat de betrokkenen hun ontvangsten van dag tot dag moeten optekenen. Voor het overige blijven de gewone mechanismen van het BTW-stelsel, en inzonderheid het mechanisme van de aftrek, in beginsel van toepassing op de kleine ondernemingen die aan de forfaitaire regeling onderworpen zijn.
1. Enerzijds doen de voornoemde fiscale bepalingen geen afbreuk aan de dwingende voorschriften van de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en anderzijds houden zij rekening met de werkelijkheid. Zolang sommige handelaars de boekhoudvoorschriften niet naleven blijven de forfaitaire grondslagen van aanslag een geschikte methode om hun belastbare inkomsten te bepalen.
Een studie omtrent het verplicht in gebruik stellen van gestandaardiseerde kasregisters in België heeft uitgewezen dat een dergelijke verplichte ingebruikname niet opportuun zou zijn. In dat verband kan worden verwezen naar het antwoord op de parlementaire vraag nr. 795 van de heer volksvertegenwoordiger Jean-Pierre Viseur van 3 maart 1997 (bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer van volksvertegenwoordigers, 1996-1997, nr. 78, blz. 10669-10671). Momenteel bestaat er geen reden om van de huidige regeling van forfaitaire grondslagen af te zien.
2. Alle forfaitaire grondslagen van aanslag worden vastgesteld rekening houdend met de kenmerken eigen aan elk beroep. In de meeste gevallen worden de forfaitaire regelingen voor de handelaars, zowel inzake BTW als inzake inkomstenbelastingen, derwijze opgebouwd dat het omzetcijfer of de winst wordt verkregen door het bedrag van de aankopen te vermenigvuldigen met een voor iedere koopwarengroep vastgestelde coëfficiënt. Zoals voor alle handelaars is de aankoopfactuur van primordiaal belang en bestaat er een rechtstreeks verband tussen de input (hoeveelheid verwerkte of verkochte goederen) en de output (omzet of winst).
Het in aanmerking nemen van meerdere parameters is niet van aard de fraude beter te bestrijden dan nu het geval is. Zelfs met een systeem dat meerdere parameters omvat, blijft de aankoop van grondstoffen, producten en koopwaren een specifiek controlemiddel ten overstaan van de handelaars wegens het feit dat deze de neiging zullen hebben hun aankopen te verdoezelen, en dit ongeacht of ze onderworpen zijn aan de forfaitaire regeling dan wel aan de normale regeling. De door het geachte lid aangehaalde parameters zijn niet minder fraudegevoelig en houden voor het overige onvoldoende rekening met de wijzigingen die zich kunnen voordoen onder de diverse elementen die bijdragen tot de vorming van het exploitatieresultaat.
In de veronderstelling dat alle aankopen gekend zijn, geeft het huidige systeem van forfaitaire regeling beter de werkelijke belastbare basis weer. Bovendien is de aankoopfactuur inzake BTW de hoeksteen van het taxatiesysteem en vormt zij tevens de basis om de aftrekbare en verschuldigde belastingen te bepalen.
3. Inzake inkomstenbelastingen worden de forfaitaire grondslagen van aanslag in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen vastgesteld en inzake BTW na ze te hebben geraadpleegd. De beroepsgroeperingen moeten gedetailleerde en becijferde voorstellen indienen. Van hun kant winnen de betrokken fiscale administraties alle gegevens in die nodig zijn om de gedurende het beschouwde jaar verwezenlijkte omzet of winst te bepalen.
Op grond van al die elementen en gegevens worden omtrent de samenstellende bestanddelen van de desbetreffende forfaitaire regeling onderhandelingen gevoerd met de betrokken beroepsgroeperingen die dan in de regel leiden tot het vaststellen van de forfaitaire grondslagen van aanslag.
De betrokken fiscale administraties oefenen ter zake voldoende controle en toezicht uit.
Tenslotte wil ik nog verduidelijken dat:
- de forfaitaire grondslagen van aanslag die inzake BTW, worden afgesloten, een voorlopig karakter hebben en zowel in de loop van het jaar waarin ze van toepassing zijn, als na het verstrijken van dat jaar kunnen worden aangepast teneinde rekening te houden met gevoelige wijzigingen die ondertussen zouden zijn ingetreden in de samenstellende elementen van het forfait. Om de controle te verrichten, beschikt de BTW-administratie over de in hoofdstuk X van het BTW-Wetboek vastgestelde bewijs- en controlemaatregelen, waarvan kan worden gebruik gemaakt naargelang de feitelijke omstandigheden; in onderhavig geval zijn de algemene controlerichtlijnen voor de aan de normale BTW-regeling onderworpen belastingplichtigen eveneens van toepassing voor de aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtigen;
- indien tijdens een controle bij een aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige leemtes worden vastgesteld inzake de boekhoudkundige verplichtingen, de BTW-administratie niet meer gebonden is voor de forfaitaire regeling om het omzetcijfer te bepalen.
Bron: FisconetPlus
