Parlementaire vraag nr. 1408 van de heer Peter Vanvelthoven van 13.01.2017
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/130 d.d. 11.09.2017, blz. 289
De liquidatiereserve
VRAAG (van de heer Vanvelthoven)
Met ingang van het aanslagjaar 2015 kan een vennootschap bij de opmaak van de resultaatverwerking opteren om haar boekhoudkundige winst na belastingen geheel of gedeeltelijk aan te leggen als liquidatiereserve (artikel 184quater WIB 92). Voor het belastbaar tijdperk waarin een liquidatiereserve wordt aangelegd zoals bedoeld in artikel 184quater WIB 92, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd van 10 % op de winst van het boekjaar na belastingen dat via de resultaatverwerking bestemd is als liquidatiereserve (artikel 219quater WIB 92).
1. Wat is het totale bedrag dat als liquidatiereserve werd aangelegd voor respectievelijk aanslagjaar 2015 en aanslagjaar 2016?
2. Wat is de overeenkomstige opbrengst van de afzonderlijke aanslag die werd betaald naar aanleiding van de aangelegde liquidatiereserves voor respectievelijk aanslagjaar 2015 en aanslagjaar 2016?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Zoals u weet, is er vanaf aanslagjaar 2015 een afzonderlijke aanslag gevestigd op het gedeelte van de boekhoudkundige winst na belastingen dat is overgeboekt naar de liquidatiereserve. Het totale bedrag, gevormd als liquidatiereserve gedurende het aanslagjaar 2015, beloopt momenteel 2.762.040.686,58 euro. De opbrengst van de afzonderlijke taxatie aan het tarief van 10 %, vastgesteld voor de opbouw van de liquidatiereserves in datzelfde aanslagjaar, bedraagt 276.204.068,66 euro. Tevens dient opgemerkt dat, voor wat betreft het aanslagjaar 2015, het nog om voorlopige cijfers gaat aangezien de aanslagtermijn van drie jaar, voorzien in artikel 354, 1ste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, nog steeds loopt. Wat betreft het aanslagjaar 2016 zijn de beschikbare gegevens op vandaag nog niet representatief aangezien het inkohieringsproces nog volop aan de gang is.
