Parlementaire vraag nr. 556 van de heer Eerdekens van 11.01.2001
VRAAG 01/556
Bull. nr. 830, pag. 2811-2813
Vr. en Antw., Kamer, 2001-2002, nr. 102, blz. 11891-11892
Toekenning meewerkend echtgenoot - Afzonderlijk belaste inkomsten
VRAAG
Artikel 89 van het WIB 1992 bepaalt dat voor het toekennen en het toerekenen van een deel van de beroepsinkomsten aan de echtgenoot, de beroepsinkomsten die afzonderlijk worden belast buiten beschouwing worden gelaten.
Rekening houdend met de uitdrukkelijke formulering van artikel 89, WIB 1992, kunnen de afzonderlijk belaste inkomsten niet in aanmerking worden genomen voor het toekennen en het toerekenen van een deel van de beroepsinkomsten aan de echtgenoot.
1.
a) Kan uit de gezamenlijke analyse van de artikelen 89 en 171 van het WIB 1992 worden afgeleid dat die uitsluiting enkel geldt voor de inkomsten die werden belast overeenkomstig titel II, hoofdstuk III, afdeling II, onderafdeling II van het WIB 1992?
b) Dient derhalve, wanneer de beroepsinkomsten van de echtgenoot van een belastingplichtige voor een bepaald jaar volgens het stelsel van de algemene globalisatie werden belast, voor de toepassing van de artikelen 86 tot 88, WIB 1992 voor dat bepaald jaar, geen rekening te worden gehouden met alle beroepsinkomsten, met inbegrip van die welke de aard van afzonderlijk belaste inkomsten hebben?
2. Zo neen, betekent dit dat de termen "afzonderlijk belaste inkomsten" niet dezelfde betekenis hebben naargelang ze voorkomen in artikel 89, WIB 1992 of in artikel 171, eerste lid, 1°, c), WIB 1992?
ANTWOORD
Onder de in artikel 89 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) voorkomende woorden "beroepsinkomsten die afzonderlijk worden belast" moet in principe worden verstaan, de beroepsinkomsten die, overeenkomstig de bepalingen van artikel 171, WIB 1992, werkelijk afzonderlijk zijn belast.
Zo worden de werkelijk afzonderlijk belaste beroepsinkomsten buiten beschouwing gelaten bij de toerekening van het huwelijksquotiënt. Met andere woorden, bij de berekening van het huwelijksquotiënt worden enkel de werkelijk gezamenlijk belaste beroepsinkomsten in aanmerking genomen.
Wat daarentegen de toekenning van een deel van de beroepsinkomsten aan de meewerkende echtgenoot betreft, heeft de administratie bij het beoordelen van de terzake toepasselijke grenzen tot nu toe geen rekening gehouden met de beroepsinkomsten die op grond van voormeld artikel 171, WIB 1992 in principe voor afzonderlijke belasting in aanmerking komen.
Deze pragmatische oplossing, die haar oorsprong vindt in de complexiteit van de berekening van de belasting, was nu eens in het voordeel en dan eens in het nadeel van de belastingplichtige.
Na onderzoek stelt de administratie evenwel voor de richtlijnen in verband met de toekenning aan de meewerkende echtgenoot te herzien in de zin van het eerste en het tweede lid hiervoor en het computerprogramma voor de berekening van de belasting dienovereenkomstig aan te passen, en dit voor de vanaf 2001 toegekende inkomsten.
Bron: FisconetPlus
