Parlementaire vraag nr. 2017 van de heer Benoît Lutgen van 08.01.2018

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/146, d.d. 23.02.2018, blz. 342

Belastingvrijstelling voor de eerste schijf van dividenden

VRAAG

De nieuwe wet-Cooreman-De Clercq stipuleert dat er geen roerende voorheffing meer moet worden betaald op de eerste schijf van dividenden ten bedrage van 627 euro. Als men ervan uitgaat dat het dividendrendement gemiddeld 3,5% bedraagt, zijn aandelenportefeuilles tot bijna18.000 euro volgens die regeling dan ook bijna volledig vrijgesteld van roerende voorheffing. Er blijven nog heel wat vragen over dat plan onbeantwoord.

1. Welk soort aandelen zal er in aanmerking worden genomen?

2. Is de maatregel enkel van toepassing op Belgische ingezetenen?

ANTWOORD

De programmawet van 25 december 2017 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 29 december 2017, 1e editie) biedt een antwoord op de gestelde vragen.

Dividenden verkregen van alle soorten aandelen kunnen in aanmerking komen voor de vrijstelling met uitzondering van de dividenden toegekend door juridische constructies of verkregen via een tussenpersoon van een juridische constructie in toepassing van artikel 5/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), de dividenden van instellingen voor collectieve beleggingen en de dividenden ontvangen van een tussenpersoon van een beleg- gingsfonds (artikel 21, eerste lid, 14°, WIB 92, zoals ingevoegd bij artikel 104 van voormelde programmawet).

Het moet bijgevolg gaan over dividenden zoals bedoeld in artikel 18, eerste lid, 1°, WIB 92, meer bepaald alle voordelen toegekend door een vennootschap aan aandelen en winstbewijzen hoe ook genaamd, uit welken hoofde en op welke wijze ook verkregen. De andere dividenden vermeld in artikel 18, eerste lid, WIB 92, meer bepaald de dividenden afkomstig van specifieke verdelingen en intresten die geherkwalificeerd worden als dividenden, komen niet in aanmerking voor de vrijstelling.

Niet-inwoners kunnen eveneens genieten van deze maat- regel. Net als voor rijksinwoners, wordt het voordeel van deze maatregel toegekend op basis van de aangifte inkomstenbelasting (artikel 307, § 1/5 en artikel 376/1, WIB 92, zoals respectievelijk ingevoegd door de artikelen 113, 2° en 115 van voormelde programmawet).