Parlementaire vraag nr. 60 van de heer Wouter Vermeersch van 28.10.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/004 d.d. 19.12.2024, blz. 249

Formulier 275 F bij verrekening

VRAAG (van de heer Vermeersch)

Overeenkomstig artikel 307, § 1/2 WIB 1992 zijn de belastingplichtigen onderworpen aan de vennootschapsbelasting gehouden aangifte te doen van alle betalingen die zij rechtstreeks of onrechtstreeks hebben gedaan aan belastingparadijzen. Die bedoelde aangifte moet slechts worden ingevuld en ingediend voor zover het totaal van de betalingen die tijdens het belastbare tijdperk werden gedaan vermeerderd met de tijdens het belastbare tijdperk vastgestelde toename van de schulden aan de in het eerste lid bedoelde personen of vaste inrichtingen, een minimum bedrag van 100.000 euro bereikt. De aangifte wordt gedaan op een formulier 275 F. 1. Stel, een binnenlandse vennootschap verkoopt goederen aan een dochtervennootschap in een land dat werd toegevoegd aan de "lijst belastingparadijzen" voor 250.000 euro. Die dochtervennootschap in het land dat werd toegevoegd aan de lijst belastingparadijzen factureert dienstprestaties aan die binnenlandse moedervennootschap (omgerekend voor 120.000 euro). Er gebeurt geen rechtstreekse betaling van die verkopen en dienstprestaties. Wel wordt er netting/verrekening van facturen toegepast. Moet die netting/verrekening aanzien worden als een betaling? Zo ja, wat moet dan als betalingsdatum genomen worden? Wat moet op formulier 275 F dan opgenomen worden? 2. Stel, idem zoals in voorgaande casus, maar door netting komt men beneden de 100.000 euro uit als openstaande schuld. Moet die netting/verrekening aanzien worden als een betaling? Zo ja, wat moet dan als betalingsdatum genomen worden? Wat moet op formulier 275 F dan opgenomen worden?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

De bedoelde netting-operaties uitgevoerd door een belastingplichtige die aanleiding geven tot de volledige of gedeeltelijke aflossing van een schuld aan een persoon of een vaste inrichting gevestigd of gelegen in een betrokken staat, zijn ten belope van die aflossing betalingen voor de toepassing van artikel 307, § 1/2, WIB 92.