Parlementaire vraag nr. 1660 van de heer Steverlynck van 13.11.2001
VRAAG 01/1660
Vraag nr. 1660 van de heer Steverlynck dd. 13.11.2001
Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-68, blz. 3797-3798
Bull. nr. 843, pag. 3272-3273
Forfait voor verre verplaatsingen
VRAAG
Het forfait opgenomen in artikel 51, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt bepaald volgens de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling op 1 januari van het aanslagjaar.
Is de plaats van tewerkstelling, zoals bedoeld in deze bepaling, van een ambtenaar die ter beschikking is gesteld en nog effectief bezoldigingen ontvangt (code 250) gedurende het betreffende aanslagjaar, te vereenzelvigen met de administratieve standplaats van die ambtenaar ?
ANTWOORD
Voor de toepassing van het verhoogd forfait voor uitzonderlijke beroepskosten ten gevolge van de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling (artikel 51, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 WIB 1992 en artikel 28 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992), wordt met plaats van tewerkstelling bedoeld, de plaats waar het beroep in werkelijkheid wordt uitgeoefend.
Voor een ambtenaar is dit in principe de administratieve standplaats.
Voor een ambtenaar die ter beschikking is gesteld en geen werkelijke prestaties meer levert op zijn administratieve standplaats mag die administratieve standplaats niet als criterium worden genomen voor de eventuele toepassing van voormeld verhoogd forfait, maar moet worden uitgegaan van de werkelijke plaats van tewerkstelling.
Terzake moet de toestand zoals die zich voordoet op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking worden genomen.
Vraag nr. 1660 van de heer Steverlynck dd. 13.11.2001
Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-68, blz. 3797-3798
Bull. nr. 843, pag. 3272-3273
Forfait voor verre verplaatsingen
VRAAG
Het forfait opgenomen in artikel 51, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt bepaald volgens de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling op 1 januari van het aanslagjaar.
Is de plaats van tewerkstelling, zoals bedoeld in deze bepaling, van een ambtenaar die ter beschikking is gesteld en nog effectief bezoldigingen ontvangt (code 250) gedurende het betreffende aanslagjaar, te vereenzelvigen met de administratieve standplaats van die ambtenaar ?
ANTWOORD
Voor de toepassing van het verhoogd forfait voor uitzonderlijke beroepskosten ten gevolge van de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling (artikel 51, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 WIB 1992 en artikel 28 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992), wordt met plaats van tewerkstelling bedoeld, de plaats waar het beroep in werkelijkheid wordt uitgeoefend.
Voor een ambtenaar is dit in principe de administratieve standplaats.
Voor een ambtenaar die ter beschikking is gesteld en geen werkelijke prestaties meer levert op zijn administratieve standplaats mag die administratieve standplaats niet als criterium worden genomen voor de eventuele toepassing van voormeld verhoogd forfait, maar moet worden uitgegaan van de werkelijke plaats van tewerkstelling.
Terzake moet de toestand zoals die zich voordoet op 1 januari van het aanslagjaar in aanmerking worden genomen.
Bron: FisconetPlus
