Parlementaire vraag nr. 3-4234 van mevrouw Van dermeersch van 02.02.2006

VRAAG 06/3-4234

Vraag nr. 3-4234 van mevrouw Van dermeersch dd. 02.02.2006


Vr. en Antw., Senaat, 2005-2006, nr. 3-63, blz. 6019-6020

Invordering - Middelen tot tenuitvoerlegging - Afgesloten leningen

VRAAG

Het administratief commentaar (Commentaar bij het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992, 410/1) bepaalt dat ingevolge artikel 410, eerste lid, van het betrokken wetboek de invordering kan geschieden door alle middelen tot tenuitvoerlegging.

Het kan gebeuren dat de belastingplichtige geen aangifte heeft gedaan voor de eerste belastbare periode en dat hij bezwaar maakt tegen de bedragen vermeld in de ambtshalve aanslag. Op welke wijze wordt het onbetwistbaar verschuldigde bedrag vastgesteld?

Het administratief commentaar bij artikel 341 van het voormelde wetboek luidt:

"Verstrekt de betrokken belastingplichtige een aanneembare uitleg met behoorlijke bewijzen, zoals bijvoorbeeld het bewijs dat hij van zijn kapitaal leeft, dat hij leningen van private aard heeft aangegaan, dat zijn bestaansmiddelen hem door vrienden of familieleden worden bezorgd, dat hij inkomsten heeft genoten die van belasting vrijgesteld zijn, dan beoordeelt de aanslagambtenaar de gegeven uitleg met de vereiste bevattelijkheidszin; zo, daarentegen, de belastingplichtige zich tot loutere beweringen beperkt zonder positieve en controleerbare elementen aan te brengen of zo hij het de aanslagambtenaar niet mogelijk maakt ten minste de morele overtuiging op te doen dat de aangifte juist is, verbetert deze ambtenaar het cijfer van het door de betrokkene aangegeven inkomen; daartoe steunt hij op de ter kennis van de belastingplichtige gebrachte en niet door deze ontkende tekenen en indiciën, mits de waarde te vermelden die hij eraan toekent".

Wanneer de belastingplichtige een bewijsstuk voorlegt van een afgesloten lening die een aanslag steunend op uiterlijke tekenen of indiciën kan ondervangen, mag men dan besluiten dat de ambtenaar, die de aanslag vestigt en die hierbij van een voldoende begripsvermogen heeft blijk gegeven, deze leenovereenkomst niet mag verwerpen zonder de bestanddelen van deze verbintenis te hebben nagegaan?

ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën)

Het gedeelte van de betwiste belasting dat vóór de oplossing van het geschil door alle middelen tot tenuitvoerlegging mag worden geëist, het zogenaamde onbetwistbaar verschuldigd gedeelte, wordt krachtens de wet vastgesteld en wordt uit eigen beweging bepaald door de ambtenaar die met het onderzoek van het bezwaarschrift is gelast (artikel 410, Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 - WIB 92).

Wanneer de administratie de belastbare grondslag heeft geraamd volgens tekenen en indiciën waaruit een hogere graad van gegoedheid blijkt dan uit de aangegeven inkomsten (artikel 341, WIB 92), moet de belastingplichtige met positieve en controleerbare gegevens aantonen dat die gegoedheid voortkomt uit andere inkomsten dan die welke belastbaar zijn in de inkomstenbelastingen of uit inkomsten van vóór het belastbaar tijdperk. De geldigheidsgraad van de als tegenbewijs aangevoerde gegevens moet worden beoordeeld in het licht van wat voorafgaat en in functie van de karakteristieken eigen aan elk geval. Uiteraard moet de onderzoekende ambtenaar de ter zake aangereikte bewijsstukken met de nodige zorg onderzoeken.