Parlementaire vraag nr. 975 van de heer Detienne van 03.07.1997
VRAAG 97/975
Vr. en Antw., Kamer, nr. 94, 1996-1997, blz. 12876-12877
Bull. 776, pag. 2558
Hoofdelijke en ondeelbare lening. - Als alleenstaanden aangemerkte echtgenoten.
VRAAG
Als een van de echtgenoten ambtenaar bij een internationale instelling is, worden beide gehuwden aangemerkt als "alleenstaanden" zoals bedoeld bij artikel 128, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
Er rijzen evenwel een aantal vragen met betrekking tot de kapitaalaflossing van een hoofdelijke en ondeelbare lening die aangegaan werd voor de aankoop van een pand waarop beide echtgenoten een eigendomsrecht hebben:
| 1. | Hoe moet men de kapitaalaflossing in dat geval opvatten ? |
2. Is het arrest-Orban van het Hof van cassatie, dat stelt dat de echtgenoten het bedrag van de aflossingen onder elkaar kunnen verdelen in een door henzelf bepaalde verhouding, hier van toepassing?
3. Kan één van beide echtgenoten het geheel van de aflossingen op zijn naam zetten?
ANTWOORD
Wanneer echtgenoten, die overeenkomstig artikel 128, eerste lid, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 als alleenstaanden worden aangemerkt, hoofdelijk en onverdeeld een hypothecaire lening aangaan om een (gemeenschappelijke of tussen hen beiden onverdeelde) woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen, mogen de in artikel 145/1, 3°, van hetzelfde wetboek beoogde kapitaalaflossingen, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die in de wet zijn vastgelegd, in aanmerking worden genomen volgens de door de echtgenoten vastgestelde wijze van opdeling.
Eén van de echtgenoten kan dus eventueel het totale bedrag van de kapitaalaflossingen in rekening brengen.
De richtlijnen dienaangaande zijn opgenomen in de voetnoot bij het tweede lid van nr. 1455/25 van de administratieve commentaar op het voormelde wetboek.
Bron: FisconetPlus
