Parlementaire vraag nr. 1076 van de heer Didden van 07.10.1997

VRAAG 97/1076
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 112, blz. 15253-15255
Vragen om inlichtingen
VRAAG
Niet zelden vraagt de fiscus aan de belastingplichtigen bij de vragenstelling inlichtingen aangaande gegevens die reeds in hun bezit zijn. In feite is dit een overtreding van behoorlijk bestuur. Bijvoorbeeld in Italië veroordeelde de Italiaanse "Commissione trubutaria centrale" dit als "atteggiamento vessatoria", vrij vertaald "pure plagerij".
Immers als de fiscus aan de belastingplichtige inlichtingen vraagt waarover hij (de fiscus) al beschikt, dan overtreedt hij daarmee de regels van de billijkheid, juistheid en transparantie, en gaat hij de perken van zijn macht te buiten.
U hebt herhaaldelijk geantwoord dat:
a)
de fiscus geen onnodige, overbodige of zinloze vragen mag stellen,
b)
de fiscus geen bevoegdheden heeft van een onderzoeksrechter;
c)
de wetten betreffende de motiveringsplicht en de openbaarheid van bestuur wetten zijn van openbare orde en in hun volledigheid door de fiscale overheid moeten worden toegepast;
d)
dat de artikelen 10 en 11 van de grondwet toepasselijk zijn voor al de fiscale materies;
e)
dat in dubio contra fiscum een grondregel is van onze fiscale wetten.
1. Welke richtlijnen heeft u uitgevaardigd om dergelijke overtredingen
te vermijden?
2. Welke sancties stelt de wet tegen de ambtenaren die uw richtlijnen (blijven) weigeren uit te voeren, die in het voordeel zijn van de belastingplichtigen?
3. Mag worden gesteld dat de fiscus geen bevoegdheid heeft van onderzoeksrechter met gevolg dat de controleur zich niet mag beroepen op het geheim van het onderzoek?
4. Hebben de belastingplichtigen het recht om de documenten te raadplegen die in het bezit zijn van de controleur, alvorens te antwoorden op de vragen?
ANTWOORD
1 en 2. In de administratieve commentaar (Com.IB 92) op artikel 316 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) dat de schriftelijke vragen om inlichtingen regelt, staat duidelijk vermeld dat de Administratie der directe belastingen slechts een goed overwogen en gematigd gebruik mag maken van de bevoegdheid die haar is verleend (Com.IB 92, nr. 316/2). Reeds herhaalde malen werden alle ambtenaren aan die onderrichtingen herinnerd.
Indien het geacht lid meent dat in een welbepaald geval die regels niet worden nageleefd, zal ik een onderzoek laten instellen indien hij mij de nodige identificatiegegevens verstrekt. Eventuele ernstige tekortkomingen die zouden worden vastgesteld, kunnen aanleiding geven tot een negatieve evaluatie van de betrokken ambtenaar met in voorkomend geval het uitlokken van een tuchtdossier. De belastingplichtige kan daaruit echter geen argument halen om zich aan zijn verplichtingen te onttrekken.
3 en 4. Wat de openbaarheid van bestuur betreft, is het inderdaad zo dat de wet van toepassing is inzake inkomstenbelastingen. De belastingplichtige die dat wenst kan dan ook inzage vragen van zijn fiscaal dossier.
De wet heeft echter ook een aantal weigeringsgronden bepaald waardoor de inzage kan worden beperkt. De Administratie der directe belastingen kan zich in voorkomend geval op die weigeringsgronden beroepen om de inzage te weigeren van stukken die aanleiding hebben gegeven tot de vragen om inlichtingen. Een beoordeling van de gegrondheid van een dergelijke weigering moet evenwel steeds individueel worden vastgesteld en is slechts mogelijk aan de hand van de stukken uit het desbetreffende dossier.