Parlementaire vraag nr. 69 van de heer Georges Gilkinet van 09.12.2009

Parlementaire vraag nr. 69 van de heer Georges Gilkinet dd. 09.12.2009

Personenbelasting

Belastbaar inkomen

Terugbetaling van belastingen

VRAAG

Doordat het bepaalt dat de belastbare inkomens van gehuwden of wettelijk samenwonenden worden samengeteld, schendt artikel 150, eerste en tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, (...) de artikelen 10 en 11 van de Grondwet." In die bewoordingen bracht het Grondwettelijk Hof een heel duidelijk advies uit over de onwettigheid van artikel 150 van het WIB 1992, wegens de discriminatie die het in de wet invoert. De bepalingen van het eerste en tweede lid van het gewraakte artikel die bepalen dat gehuwde of wettelijk samenwonende personen fiscaal anders behandeld zullen worden dan alleenstaanden of feitelijk samenwonenden, zijn de facto discriminerend. Dit is een belangrijke stap op het vlak van de individualisering van de rechten en bijgevolg van de niet-discriminatie van de burgers. In de vergadering van de commissie voor de Financiën van 22 april 2009 heb ik u hierover ondervraagd, hoofdzakelijk met betrekking tot de gevolgen voor de belastingplichtigen en de staatsfinanciën. De staatssecretaris die in uw plaats antwoordde, wees er toen op dat de minister voorstellen zou doen om in het WIB 1992 de conclusies van het arrest van het Hof op te nemen, en dat alles in het werk zou worden gesteld om het advies "zo snel mogelijk" toe te passen.

1. Hoe ver staat het met de procedures voor de terugbetaling van de onwettig geïnde belasting

1.1 a) Is de administratie al begonnen met het berekenen van de belastingen die werkelijk geïnd hadden moeten worden, zoals beloofd in de commissie?

b) Voor welke aanslagjaren is de herberekening al gebeurd?

c) Hoeveel moet er alles bij elkaar aan de belastingplichtigen terugbetaald worden?

2. a) Is men al begonnen met de terugbetaling?

b) Voor hoeveel personen en voor welk bedrag?

c) Hoe wordt het geheel van de terugbetalingen die moeten gebeuren, in de tijd gespreid? 1.3. Zullen er verwijlinteresten worden toegekend aan benadeelde belastingplichtigen? 2. Welke initiatieven heeft u genomen om de noodzakelijke wijzigingen in te passen in het WIB 1992?

ANTWOORD (van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

1. De meeste dossiers met betrekking tot aanslagjaar 2005 (inkomsten van het jaar 2004) en aanslagjaar 2006 (inkomsten van het jaar 2005) werden afgehandeld in de maanden juni en juli: - wat aanslagjaar 2005 betreft, 238.629 terugbetalingen zijn ingekohierd ten belope van 77.456.956,22 euro; - wat aanslagjaar 2006 betreft, 212.757 terugbetalingen zijn ingekohierd ten belope van 70.440.971,74 euro; - wat aanslagjaar 2007 betreft, 220.118 terugbetalingen zijn ingekohierd ten belope van 71.787.675,14 euro. De planning voorziet een regularisatie van het aanslagjaar 2008 voor januari 2010. De ingekohierde terugbetalingen worden volgens de algemene regel uitgevoerd, m.a.w. op het einde van de tweede maand na het verzenden van de aanslagbiljetten. Als de terug te betalen bedrag groter is dan 830 euro, dan wordt een moratoriuminterest toegekend.

2. De wet van 21 december 2009 houdende fiscale en diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad 22.12.2009, Ed. 2) bevat de noodzakelijke aanpassing van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen steeds per belastingplichtige te berekenen.