Parlementaire vraag nr. 776 van de heer Luk Van Biesen van 02.02.2016

Parlementaire vraag nr. 776 van de heer Luk Van Biesen dd. 02.02.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/068 dd. 04.04.2016, blz. 291

Het verlaagd tarief

VRAAG (van de heer Van Biesen)

Artikel 215, 2e lid Wetboek Inkomstenbelastingen (WIB) voorziet in verlaagde tarieven vennootschapsbelasting wanneer het belastbare inkomen niet meer dan 322.500 euro bedraagt. Artikel 215, 3e lid WIB somt uitsluitingen op waarbij, in afwijking van artikel 215, 2e lid WIB, de verlaagde tarieven vennootschapsbelasting niet van toepassing zijn. Zo sluit artikel 215, 3e lid, 1° WIB vennootschappen van het verlaagd tarief uit de vennootschappen die "... aandelen bezitten waarvan de beleggingswaarde meer bedraagt dan 50 pct., hetzij van de gerevaloriseerde waarde van het gestort kapitaal, hetzij van het gestort kapitaal verhoogd met de belaste reserves en de geboekte meerwaarden. In aanmerking komen de waarde van de aandelen en het bedrag van het gestorte kapitaal, de reserves en de meerwaarden op de dag waarop de vennootschap die de aandelen bezit haar jaarrekening heeft opgesteld". Kunt u ons informeren hoe het begrip "belaste reserves" gedefinieerd moet worden? Betreft het hier enkel de belaste reserves die in de jaarrekening zijn opgenomen (met andere woorden, de "boekhoudkundige" reserves) of worden de "fiscale" reserves bedoeld, dus ook de belaste voorzieningen, belaste waardeverminderingen, afschrijvingsexcedenten, enzovoort?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

De "belaste reserves" zoals aangehaald in artikel 215, derde lid, 1° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn de belaste reserves die voorkomen in de opgave 328R (met inbegrip van de belaste voorzieningen, belaste waardeverminderingen, afschrijvingsexcedenten, enz.). Indien het totale bedrag van die reserves negatief is, moet dat bedrag evenwel niet worden afgetrokken van het gestorte kapitaal.