Parlementaire vraag nr. 19379 van de heer Dirk Van der Maelen van 03.03.2010

Mondelinge parlementaire vraag nr. 19379 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 03.03.2010

Vennootschapsbelasting

Fiscaal paradijs

Dubbelbelastingverdrag

Dubbele belasting

Definitief belast inkomen

Aftrek van DBI

Voorwaarde van aftrekbaarheid van de DBI

VRAAG (van de heer Dirk Van der Maelen)

Op de ministerraad van 27 januari 2010 werd de lijst van landen met een gunstig fiscaal tarief geactualiseerd en werd een lijst van landen zonder of met lage belasting goedgekeurd. In het eerste geval is het nominaal tarief lager dan 15 procent, in het tweede geval is het lager dan 10 procent.

Waarom werd geopteerd voor twee criteria en twee lijsten?

Waarom komen landen die geen vennootschapsbelasting kennen, niet op die lijsten voor?

ANTWOORD (van de heer Didier Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

De eerste lijst houdt verband met het vermijden van een economische dubbele belasting op binnenkomende dividenden, de zogenaamde Belgische DBI-regeling. Die lijst is beperkt tot landen waar een inkomstenbelasting van toepassing is op vennootschappen en waar het gemeenrechtelijk nominaal tarief van die inkomstenbelasting minder dan 15 % bedraagt. Volgens de wet worden landen zonder inkomstenbelastingen voor vennootschappen niet in de lijst opgenomen. Dividenden afkomstig van vennootschappen in landen zonder inkomstenbelasting worden echter wel uitgesloten van de DBI-aftrek. Het gaat dan echter niet alleen om landen zonder inkomstenbelasting, maar ook om vennootschappen uit sectoren die er niet aan onderworpen zijn, en daartoe volstaat een landenlijst niet. Ik heb mijn administratie opgedragen een circulaire op te stellen die in detail zal ingaan op de uitsluitingen van de DVI-aftrek. Ze zal ook een lijst bevatten van landen waar vennootschappen aan geen enkele inkomstenbelasting onderworpen worden.

De tweede lijst houdt verband met de aangifte van betalingen gedaan aan personen gevestigd in staten zonder belasting of met lage belasting, landen waar de vennootschappen niet worden onderworpen aan enige inkomstenbelasting of waar de inkomstenbelasting een nominaal tarief heeft dat minder bedraagt dan 10 procent. Op deze lijst komen dus ook landen voor waar geen belasting op het inkomen van vennootschappen wordt geheven. Deze lijst houdt verband met de aangifteplicht voor betaling aan dergelijke landen.

De drempel werd vastgesteld op 10 procent om de administratieve last voor de ondernemingen niet onnodig te verzwaren. Het tarief van 15 procent werd vastgelegd in 2002, toen de nominale tarieven nog hoger lagen. Thans beschouwen veel partnerstaten en internationale organisaties het nominaal tarief van 10 procent als de standaarddrempel voor een lage belasting.

CONCLUSIE (van de heer Dirk Van der Maelen)

Dit is in zeer grote mate windowdressing. Een aantal fiscale paradijzen komt niet voor op de lijst.