Parlementaire vraag nr. 289 van de heer Vergote van 09.11.1992

VRAAG 92/289
Bull. nr. 727, pag. 1285
Beroepskosten - Afschrijving - Immateriële vaste activa
Overeenkomstig artikel 61 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 worden afschrijvingen als beroepskosten aangemerkt voor zover ze noodzakelijk zijn en samengaan met een waardevermindering die zich in het belastbare tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.
Artikel 63 van hetzelfde wetboek bepaalt : "Met uitzondering van de investeringen in audiovisuele werken worden de immateriële vaste activa afgeschreven met vaste annuïteiten waarvan het aantal niet minder dan drie mag bedragen wanneer het investeringen in onderzoek en ontwikkeling betreft en niet minder dan vijf in de andere gevallen. " Deze beperking strekt ertoe een einde te maken aan de praktijk die erin bestond sommige immateriële vaste activa zoals cliënteel, goodwill, enzovoort, zo snel mogelijk te gaan afschrijven teneinde zo snel mogelijk de taxatie van de eraan verbonden stopzettingsmeerwaarde te recupereren.
In het kader van de reorganisatie van een onderneming worden vaak aanzienlijke bedragen geïnvesteerd in software ter verbetering van de administratie. Boekhoudkundig worden die investeringen opgenomen onder de rubriek "immateriële vaste activa". Gezien de korte economische levensduur van dergelijke investeringen (maximum 3 jaar) stemt een afschrijving over minstens vijf jaar niet overeen met de normale waardevermindering die zich tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.
Mag een hoofdcontroleur op grond van artikel 63 de afschrijvingsduur van zulke investeringen opvoeren tot vijf jaar ?
ANTWOORD
Zoals het geacht lid zelf aanhaalt, bepaalt artikel 63 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dat immateriële vaste activa moeten worden afgeschreven met vaste annuïteiten waarvan het aantal niet minder dan vijf mag bedragen, behoudens indien het investeringen in audiovisuele werken of investeringen in onderzoek en ontwikkeling betreft.
Het lijkt mij dan ook vanzelfsprekend dat een taxatieambtenaar, die ertoe gehouden is de wet te respecteren en te doen naleven, de afschrijvingsduur van als immateriële vaste activa geboekte software die niet als investeringen in audiovisuele werken of investeringen in onderzoek en ontwikkeling kunnen worden aangemerkt, op minimum vijf jaar bepaalt.