Parlementaire vraag nr. 297 van mevrouw Veerle Wouters van 07.03.2013
Parlementaire vraag nr. 297 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/158 dd. 25.04.2014, blz. 69
Onderkapitalisatieregel. - Belgische inrichting. - Begrip "gestort kapitaal'. - Weerslag op leningen van niet-EER-kredietinstellingen aan Belgische inrichting.
VRAAG (van mevrouw Wouters)
Net zoals het oude regime, is de nieuwe onderkapitalisatieregel niet enkel van toepassing op Belgische vennootschappen, maar ook op Belgische inrichtingen. Door de programmawetten van 29 maart 2012 en 22 juni 2012 werd de onderkapitalisatieregel in artikel 198, §1, 11° WIB 1992 grondig herschreven, maar werd de toepassing van de thin cap bij een Belgische inrichting niet verder verduidelijkt.
1. Op welke wijze dient het eigen vermogen van een Belgische inrichting van buitenlandse vennootschappen die in België aan de belasting van niet-inwoners onderworpen zijn, bepaald te worden, gelet op de afwezigheid van een "gestort kapitaal"?
2. Mag het eigen vermogen van een Belgische inrichting bepaald worden zoals de in 2008 ingevoegde definitie van "eigen vermogen" (artikel 229, §4 WIB 1992), met name "de vrijgestelde reserves, de belaste reserves, de door de buitenlandse vennootschap aan de inrichting ter beschikking gestelde kapitaalsdotatie, verminderd met het bedrag aan ten name van de maatschappelijke zetel ontleende middelen met betrekking tot dewelke de intresten ten laste van het belastbaar resultaat van de Belgische inrichting worden gelegd"?
3. Worden intresten op leningen toegekend door het hoofdhuis aan een Belgische inrichting van een kredietinstelling gevestigd buiten de EER, die conform artikel 235/38, 3° COM.IB92 als beroepskost aftrekbaar zijn, in aanmerking genomen voor de toepassing van de thin cap?
4. Zo ja, is er dan geen dubbele weerslag indien het eigen vermogen volgens artikel 229, § 4 WIB92 dient te worden verminderd met het bedrag van de leningen toegekend door het hoofdhuis aan een Belgische inrichting van een kredietinstelling gevestigd buiten de EER én het bedrag van de "besmette" leningen die aangemerkt worden voor de thin cap?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Voor de toepassing van de door het geachte lid bedoelde onderkapitalisatieregel in de belasting niet-inwoners/vennootschappen bestaat het eigen vermogen van een Belgische inrichting uit: de vrijgestelde reserves, de belaste reserves en de door de buitenlandse vennootschap aan de inrichting ter beschikking gestelde kapitaalsdotatie: "Het eigen ver-mogen van een Belgische inrichting wordt verminderd met het bedrag aan ten name van de maatschappelijke zetel ontleende middelen met betrekking tot dewelke de intresten ten laste van het belastbaar resultaat van de Belgische inrichting worden gelegd" (artikel 229, §4 WIB92). Onder het begrip "gestort kapitaal" moet bijgevolg, voor de toepassing van deze maatregel in de belasting niet-inwoners/vennootschappen, worden verstaan de door de buitenlandse vennootschap aan de Belgische inrichting ter beschikking gestelde kapitaalsdotatie, namelijk in de algemene regel de eigen middelen van de Belgische inrichting die door de buitenlandse vennootschap aan de bedrijfsuitoefening van die inrichting duurzaam worden besteed, voor zover deze middelen niet hun oorsprong vinden in gereserveerde of overgedragen winsten van die inrichting. Het door het geachte lid beoogde geval heeft betrekking op de last die door een Belgische inrichting van een niet in de EER gevestigde kredietinstelling is gedragen wegens fondsen welke door de maatschappelijke zetel aan haar Belgische inrichting met commercieel oog-merk zijn geleend. De intresten die door de Belgische inrichting werkelijk zijn gedragen, zijn ten name van deze laatste in beginsel aftrekbare beroepskosten. Evenwel kan de toepassing van de onderkapitalisatieregel zoals bedoeld in artikel 198, § 1, 11°, WIB 92, niet worden uitgesloten indien aan de terzake gestelde voorwaarden is voldaan. Aangezien de middelen door de Belgische inrichting worden verkregen middels een lening bij de maatschappelijke zetel van de buitenlandse kredietinstelling, kunnen deze in principe niet worden toegewezen aan het eigen vermogen van de Belgische inrichting en dient er geen correctie van het eigen vermogen te gebeuren.
