Parlementaire vraag nr. 296 van mevrouw De Meyer van 05.03.2004
VRAAG 04/296
Vraag nr. 296 van mevrouw De Meyer dd. 05.03.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 30, blz. 4635-4636
Pensioenen - Arbeidsongevallen en beroepsziekten - Ambtshalve ontheffing - Bezwaar
VRAAG
In antwoord op een prejudiciële vraag heeft het Arbitragehof geoordeeld dat de regelgeving inzake inkomstenbelastingen het gelijkheidsbeginsel schendt doordat ze vergoedingen belastbaar maakt die met toepassing van de arbeidsongevallenwetgeving worden gestort tot herstel van een blijvende ongeschiktheid, zonder dat er voor het slachtoffer een inkomstenderving is.
Hierop heeft de wetgever de regelgeving aangepast maar - om budgettaire redenen - enkel vanaf het aanslagjaar 1999.
Dit wordt door de slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten uiteraard als bijzonder onrechtvaardig ervaren.
Overweegt u om in dit dossier nog vooruitgang te boeken ten voordele van de slachtoffers van arbeidsongevallen en beroepsziekten?
ANTWOORD (minister van Financiën, 29.04.2004)
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op de gestelde vraag te willen vinden.
De wet van 19 juli 2000 tot wijziging van de artikelen 34, § 1, en 39 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 2000) heeft het fiscaal regime van de renten en pensioenen die worden toegekend in geval van blijvende arbeidsongeschiktheid met toepassing van de wetgeving op de arbeidsongevallen of de beroepsziekten, fundamenteel veranderd.
Deze wet is met terugwerkende kracht in werking getreden vanaf aanslagjaar 1999 en gaat dus reeds in voor de vergoedingen die zijn betaald in het jaar waarin het Arbitragehof uitspraak heeft gedaan. De wet bevat eveneens een bijzondere procedure die het de administratie mogelijk maakt om buiten de normale regels van bezwaar of ambtshalve ontheffing de fiscale toestand voor het aanslagjaar 1999 (inkomsten 1998) recht te zetten.
Voor de aanslagjaren die voorafgaan aan het aanslagjaar 1999 is een rechtzetting echter alleen mogelijk wanneer de betrokkene daartoe binnen de terzake gestelde termijnen een bezwaarschrift of verzoekschrift tot ambtshalve ontheffing heeft ingediend.
Aangezien het door het geachte lid bedoelde arrest van het Arbitragehof dateert van 9 december 1998 acht ik het niet aangewezen om bijzondere maatregelen te nemen met betrekking tot de jaren die voorafgaan aan aanslagjaar 1999 (inkomsten van 1998). Dienaangaande verwijs ik naar het antwoord verstrekt op de vraag
nr. 279 van 27 februari 2004 gesteld door uw collega Cortois (Vragen en Antwoorden, Kamer, 20032004, nr. 30, blz. 4629).
Bron: FisconetPlus
