Parlementaire vraag nr. 1027 van de heer Bacquelaine van 04.06.2002

Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 149, blz. 18961-18963

Stelsel van forfaitaire belasting

VRAAG

Ingevolge controles in de fruitcentrales werden naar verluidt verscheidene anomalieën vastgesteld (tweede niet-aangegeven BTW-nummer, niet-aangegeven bewerkte oppervlakte enz.). In het licht van die toestand kregen de meeste, zo niet alle, boomkwekers een grondige belastingcontrole voor de inkomsten 1998 en 1999, wat op zich geen punt van kritiek is.

Toch vraag ik me af of het bestuur, dan toch in de provincie Luik of in het Franstalig landsgedeelte, niet te ver gaat wanneer het stelselmatig en met terugwerkende kracht de toepassing van de inkomstenschalen voor 1998 en 1999, waarmee het zich nochtans akkoord had verklaard, in twijfel trekt.

1. Wanneer het bestuur bij de controle vaststelt dat de schalen correct werden toegepast en de BTW-lijsten juist werden opgesteld, is het dan normaal dat zij in 2001 gaat eisen dat de belastingplichtigen, die forfaitair werden belast, een volledig overzicht voorleggen van hun uitgaven voor 1998 en 1999, gestaafd met de bijhorende bewijsstukken, alsook een afschrijvingstabel ? Dat alles om na te gaan of, op basis van die stukken, hun echte inkomsten niet hoger zouden liggen dan de aangegeven inkomsten; op die manier ontkent men eigenlijk het bestaan van het forfaitaire stelsel en eist men, met terugwerkende kracht, dat een reële boekhouding wordt bijgehouden.

2. Zou het bestuur de belastingplichtige niet moeten meedelen dat het van plan is zijn aangifte grondig te wijzigen, hem uit te sluiten van het forfaitaire stelsel en vooral hem op de hoogte moeten brengen van de redenen van die uitsluiting, vooraleer dergelijke eisen te stellen, waaraan hij zich normaliter niet kon verwachten?

3.

a) Kan een uitbater met terugwerkende kracht van het forfait worden uitgesloten wanneer hij de schalen heeft toegepast en zijn uitbating geen bijzondere kenmerken vertoont?

b) Zo ja, wat met het beginsel van de "noodzakelijke rechtszekerheid" waar de burger recht op heeft?

c) Zo neen, wat zijn de precieze voorwaarden voor een retroactieve uitsluiting van het forfaitaire belastingstelsel, voor de jaren voorafgaand aan de controle?

4. Wanneer het bestuur beslist het dossier van zo'n belastingplichtige te herzien en van hem een nieuwe analyse van zijn "reële" toestand eist, is het dan normaal dat datzelfde bestuur van meet af aan aankondigt dat er geen nieuwe inkohiering komt indien dat nieuwe onderzoek gunstiger zou blijken voor de belastingplichtige?

5.

a) Wat zal er ten slotte gebeuren met de forfaits in landbouw en boomkwekerij, in het licht van voorafgaande vragen?

b) Denkt u eraan ze af te schaffen?

ANTWOORD

Allereerst wil ik de aandacht van het geachte lid vestigen op de dubbele verplichting tot bewaring en voorlegging van boeken en bescheiden die van toepassing is op eenieder die onderworpen is aan de inkomstenbelastingen, met inbegrip van de belastingplichtigen die de taxatie overeenkomstig forfaitaire grondslagen van aanslag vragen.

Uit de tekst van artikel 342 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 blijkt dat enkel bij gebreke aan bewijskrachtige gegevens, geleverd door de administratie, de vaststelling van de belastbare winst wordt bepaald naar de normale winst van soortgelijke belastingplichtigen en dat voor deze vaststelling de administratie, in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, forfaitaire grondslagen van aanslag kan vaststellen.

In de praktijk wordt in de met de beroepsgroeperingen gesloten akkoorden voorzien dat de taxatieambtenaar steeds het forfait kan weigeren indien de werkelijke winst aanzienlijk hoger is dan de forfaitair bepaalde winst.

Deze bepaling is uitdrukkelijk hernomen in titel IV van de tekst van de forfaitaire grondslagen van aanslag voor de laagstamfruittelers van het Waalse landsgedeelte.

Het is evident dat diezelfde bepaling kan worden gebruikt om de in de aangifte vermelde inkomsten, die het voorwerp uitmaken van een verificatie, te wijzigen door toepassing te maken van een ander bewijsmiddel, dit staat los van de wijze waarop het beroep van de exploitant wordt uitgeoefend.

Het is vanzelfsprekend dat de motieven waarom toepassing wordt gemaakt van een ander bewijsmiddel in het bericht van wijziging of aanslag van ambtswege moeten worden geformuleerd.

Tot slot wil ik er nog aan toevoegen dat in de huidige stand van zaken er geen sprake is om de door het geachte lid bedoelde forfaitaire grondslagen van aanslag in de nabije toekomst af te schaffen.