Parlementaire vraag nr. 1705 van de heer Roel Deseyn van 16.06.2017
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/130 d.d. 11.09.2017, blz. 335
De toepassing van de IPA-korting in de sociale sector
VRAAG (van de heer Deseyn)
In het kader van de taxshift is sinds 1 april 2016 het toepassingsgebied van de zogenaamde IPA-korting (artikel 275/7 WIB 92) grondig gewijzigd. Immers is de algemene fiscale IPA-korting die bestaat uit een 1 %-vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing omgezet naar een verlaging van de sociale werkgeversbijdrage met uitzondering van bepaalde werkgevers uit de non-profitsector, alsook Proximus en bpost. De verhoogde vrijstelling van 1,12 % is behouden voor de werkgevers van de non-profitsector die voldoen aan de criteria van kleine vennootschappen in de zin van artikel 15 van het vennootschapswetboek. Na een eerste wijziging van de wetgeving, verwees artikel 275/7 WIB 92 voor het toepassingsgebied van de fiscale IPA-korting van 1 of 1,12 % naar artikel 1, 1°, a) tot en met p) van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector. Deze beperking kwam echter niet overeen met de bedoeling van de taxshift, aangezien hierdoor sommige loonkosten voor sommige werkgevers net hoger zouden worden.Immers daar waar voor de overige werkgevers de g schrapte fiscale IPA-korting vervangen werd door een verlaging van de sociale werkgeversbijdragen, geldt dit niet voor de beschutte en sociale werkplaatsen die sinds 1 april 2016 dus volledig uitgesloten zijn van de IPA-korting:
- de beschutte werkplaatsen omdat de ondernemingen ressorteren onder de paritaire subcomités vermeld in punten q), r) en s) van artikel 1, 1° en niet onder het paritair comité vermeld onder punt i) van artikel 1, 1°;
- de sociale werkplaatsen omdat zij sinds 2004 niet meer onder de sociale Maribel ressorteren.
Dit was blijkbaar een onbedoeld effect. Uit de Memorie van Toelichting bij het wetsontwerp blijkt immers de intentie om zowel de beschutte als de sociale werkplaatsen van de maatregel te laten genieten
De wet van 18 december 2016 heeft het toepassingsgebied van de fiscale IPA-korting van 1 % daarna uitgebreid met q), r) en s). Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het de bedoeling is van de wetgever om de werkgever van werknemers, die ressorteren onder het paritair subcomité voor de beschutte werkplaatsen en sociale werkplaatsen zoals voorheen aanspraak te laten maken op de 1 %-vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. Gezien de verschillende wetswijzigingen wordt me door de sociale secretariaten gemeld dat er een gevoel van rechtsonzekerheid bestaat. Met het oog op een correcte toepassing door alle sociale secretariaten om de fiscale IPAkorting op de lonen van de werknemers van zowel beschutte werkplaatsen als sociale werkplaatsen, is het best enige verduidelijking te vragen.
1. Kan u bevestigen dat het met de wet van 18 december 2016 de bedoeling van de wetgever is, om zowel de beschutte werkplaatsen als de sociale werkplaatsen te laten genieten van de fiscale IPA-korting onder de vorm van een 1 %-vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing?
2. a) Indien bepaalde werkgevers toch uitgesloten zouden zijn, voorziet u dan een initiatief om aan de bedoeling van de wetgever te voldoen?
b) Kunnen de sociaal secretariaten voor die werkgevers bij administratieve tolerantie de fiscale IPA-korting dan blijven toepassen?
3. De huidige wetgeving slaat op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 april 2016. Gaat een eventuele aanpassing gepaard met retroactiviteit?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. De wijziging door de Wet van 18 december 2016 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën heeft inderdaad tot gevolg dat zowel de beschutte werkplaatsen als de sociale werkplaatsen genieten van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing zoals bepaald in artikel 2757, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
2. Momenteel heb ik geen weet van bepaalde werkgevers die ongewild zouden uitgesloten zijn van de betreffende maatregel.
3. Conform artikel 80 van de Wet van 18 december 2016 krijgen de wijzigingen uitwerking op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 april 2016.
