Parlementaire vraag nr. 260 van de heer Christian Leysen van 06.03.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/016, d.d. 20.04.2020, blz. 108

Aangifte-technische verwerking belastingvrije partiële splitsing

VRAAG

Bij een belastingvrije partiële splitsing wordt het fiscaal kapitaal van de te splitsen vennootschap, zoals het bestaat voorafgaand aan de transactie, evenredig verdeeld tussen beide vennootschappen op basis van de fiscale nettowaarde die respectievelijk behouden en overgedragen werd, en dit conform artikel 213 WIB92.

Echter, indien er bijvoorbeeld naar aanleiding van een belastingvrije partiële splitsing een vennootschap wordt opgericht in een rechtsvorm zonder minimaal kapitaal, is het juridisch mogelijk dat de nieuw opgerichte vennootschap een hoger fiscaal kapitaal heeft dan het bedrag aan juridisch kapitaal dan wel het juridisch onbeschikbaar vermogen.

Ik illustreer dit met volgend voorbeeld:

- voor de transactie heeft de vennootschap 63.000 euro fiscaal én juridisch kapitaal en 337.000 euro belaste reserves. Dit betekent een totaal eigen vermogen van 400.000 euro;

- via een partiele splitsing splitst de vennootschap een vermogen af dat met 280.000 euro eigen vermogen (70 % van het totaal) overeenkomt;

- de inbreng-ontvangende vennootschap wordt naar aanleiding van deze partiële splitsing opgericht in de vorm van een bv met 1.000 euro kapitaal;

- juridisch blijft er 62.000 euro kapitaal in de nv, gelet op het vereiste juridisch minimumkapitaal;

- bij de nieuw-opgerichte bv is er dus een juridisch kapitaal van 1.000 euro maar een fiscaal kapitaal van 44.100 euro.

1. Behoudt in dergelijke situatie de nieuw opgerichte vennootschap het totaal aan fiscaal kapitaal (44.100 euro in het voorbeeld)?

2. Indien punt 1 bevestigd wordt, wordt het fiscaal kapitaal aangifte-technisch tot uitdrukking gebracht door (in het vak van de aangifte dat de belastbare reserves omvat) een negatieve reserve in kapitaal op te nemen voor het verschil?

ANTWOORD

In het door u aangehaalde voorbeeld wordt niet gezegd of de uitsplitsing van de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen van de partieel gesplitste nv tussen die nv en de nieuw opgerichte bv gebeurt volgens de bepalingen van artikel 3:56 van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Met andere woorden de vraag rijst of bij de opname van het eigen vermogen van de partieel gesplitste nv in de boekhouding van de nieuw opgerichte bv rekening wordt gehouden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van de bestanddelen van dat eigen vermogen bij die bv.

Bijgevolg kan ik geen eenduidig antwoord verstrekken op de door u gestelde vragen.