Parlementaire vraag nr. 1125 van de heer Standaert van 09.06.1994
VRAAG 94/1125
Bull. nr. 743, pag. 3196
Onroerende voorheffing - Vrijstelling - Openbare eredienst
Artikel 253, van het WIB 1992, bepaalt dat het kadastraal inkomen van de onroerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige zonder winstoogmerken heeft bestemd voor het uitoefenen van een openbare eredienst, van de onroerende voorheffing is vrijgesteld.
| 1. | Op welke openbare erediensten is dat artikel toepasselijk ? |
| 2. | Wat verstaat u onder "openbare eredienst" ? |
3. Hoeveel belopen de vrijgestelde bedragen voor de onderscheiden erediensten in 1992 ?
ANTWOORD
1 en 2. Voor de toepassing van de door het geacht lid geciteerde wettelijke bepaling, wordt de "eredienst" gedefinieerd als een geheel van ceremoniën, gebruiken en rites ter ere van een godheid.
De wet bepaalt eveneens dat de eredienst openbaar moet zijn, dat wil zeggen ter bestemming van het publiek, tot dewelke het publiek toegang kan hebben.
Ten slotte moet ook worden gesignaleerd dat het feit dat de eredienst niet als dusdanig door de Belgische Staat wordt erkend, op zichzelf niet kan rechtvaardigen dat de vrijstelling van het kadastraal inkomen voor het gebouw of een gedeelte van het gebouw waarin de eredienst wordt uitgeoefend, wordt geweigerd.
Uit wat voorafgaat volgt dat iedere aanvraag tot vrijstelling van de onroerende voorheffing die betrekking heeft op een onroerend goed dat voor de uitoefening van een openbare eredienst wordt aangewend, aan een nauwgezet en individueel onderzoek moet worden onderworpen.
Het is niettemin onmogelijk alle openbare erediensten waarvoor de vrijstelling al werd toegekend op te sommen.
3. De administratie beschikt niet over de statistische gegevens betreffende de bedragen van de vrijgestelde kadastrale inkomens voor de verschillende erediensten.
Bron: FisconetPlus
