Parlementaire vraag nr. 1210 van de heer Peter Vanvelthoven van 03.10.2016

Parlementaire vraag nr. 1210 van de heer Peter Vanvelthoven dd. 03.10.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/095 dd. 16.11.2016, blz. 60

De aangifte van buitenlandse bankrekeningen

VRAAG (van de heer Vanvelthoven)

In de aangifte van de personenbelasting, aanslagjaar 2015, moet de belastingplichtige niet alleen melding maken van buitenlandse bankrekening(en), de belastingplichtige moet ook aangeven of die rekening(en) aangemeld zijn bij het Centraal aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank van België.

1. Hoeveel belastingplichtigen hebben voor het aanslagjaar 2015 buitenlandse bankrekening(en) gemeld (code 1075-89)?

2. Hoeveel van die belastingplichtigen hebben voor het aanslagjaar 2015 die rekening(en) ook gemeld aan het CAP?

3. Welke actie onderneemt de administratie met betrekking tot belastingplichtigen die hun buitenlandse rekening(en) niet gemeld hebben bij het CAP voor het aanslagjaar 2015?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1. Voor het aanslagjaar 2015 zijn er 158.675 dossiers (één dossier kan zowel een belastingplichtige zijn als een koppel belastingplichtigen) ingekohierd met één of meerdere buitenlandse bankrekeningen (code 1075-89). Gezien het feit dat deze code wordt ingevuld per dossier, is het onmogelijk om het exact aantal belastingplichtigen te identificeren.

2. In 2015 hebben ongeveer 189.350 belastingplichtigen buitenlandse rekeningen gemeld. Van begin 2016 tot eind september 2016 heeft het Centraal aanspreekpunt (CAP) ongeveer 22.250 meldingen opgenomen. Aangezien belastingplichtigen op om het even welk moment hun rekeningen aan het CAP kunnen melden, hebben een deel van de in 2016 ontvangen meldingen geen betrekking op het aanslagjaar 2015 maar op eerdere aanslagjaren.

3. In artikel 322, § 3, van het WIB'92 wordt voorzien dat ambtenaren belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen, mits het naleven van strikte procedures, het CAP kunnen raadplegen. De gegevens ontvangen van het CAP mogen, volgens artikel 19 van het koninklijk besluit betreffende de werking van het centraal aanspreekpunt bedoeld in artikel 322, § 3, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, enkel gebruikt worden om, hetzij het bedrag van de belastbare inkomsten van de cliënt vast te stellen, hetzij de vermogenssituatie van de cliënt te bepalen met het oog op het invorderen van de belasting en de voorheffingen verschuldigd in hoofdsom en opcentiemen, van de belastingverhoging en administratieve boeten, van de interesten en van de kosten. Het is enkel in het kader van de vestiging en de invordering van de belasting dat de administratie acties zal ondernemen.