Parlementaire vraag nr. 2171 van mevrouw Barbara Pas van 30.03.2018

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2018-2019, QRVA 54/176, d.d. 06.12.2018, blz. 342

Bedrijfsvoorheffing. - Vrijstellingen. - Belastingcontroles

VRAAG

De artikelen 275.1 tot en met 275.10 WIB 92 bepalen dat bepaalde vrijstellingen kunnen worden verleend met betrekking tot de bedrijfsvoorheffing.

Tijdens de controles door de belastingdienst kan soms evenwel blijken dat de schuldenaar zich niet heeft gehouden aan de sociale wetgeving, maar wel heeft voldaan aan de belastingvoorwaarden waarin de bovengenoemde artikelen voorzien. Bepaalde agenten van de belastingdienst voeren desondanks dit feit aan om de vrijstellingen op fiscaal vlak te weigeren.

Het komt mij echter voor dat sociale en fiscale aangelegenheden los van elkaar staan en dat de belastingadministratie bijgevolg geen fiscale vrijstelling kan weigeren louter op grond van het bestaan van sociale delicten.

Deelt u deze visie? Zo neen, waarom niet?

ANTWOORD

De artikelen 275.1 tot en met 275.10 WIB92 in samenhang met de artikelen 95.1 tot 95.5 koninklijk besluit/WIB92 omschrijven de voorwaarden inzake de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.

Aangezien de fiscale wetten voor strikte interpretatie vatbaar zijn, moet de vrijstelling worden verleend wanneer de belastingplichtige, op wie de bewijslast rust, aantoont dat aan alle voorwaarden in de bovengenoemde bepalingen is voldaan.

Indien u een specifiek geval beoogt, zal ik, indien de gegevens mij worden meegedeeld, een onderzoek van het dossier laten uitvoeren.