Parlementaire vraag nr. 123 van de heer Jef Van Damme van 03.06.2016
Parlementaire vraag nr. 123 van de heer Jef Van Damme dd. 03.06.2016
Vragen en Antwoorden, Brussels Hoofdstedelijk Parlement, 2015-2016, nr. 20 dd. 15.07.2016, blz. 89
De vermindering van de onroerende voorheffing voor gezinnen. Indien men in Brussel twee of meer kinderen heeft (waarvan minstens één fiscaal ten laste), kan men een vermindering aanvragen van tien procent per kind ten laste op de onroerende voorheffing van een eigen woning of van een huurhuis.
VRAAG (van de heer Van Damme)
1. Hoeveel gezinnen vragen er jaarlijks deze korting aan ? Hoe evolueerde dit cijfer de afgelopen jaren ?
2. Kan de minister een overzicht bezorgen van het aantal aanvragen volgens
a. de ligging : cijfers per gemeente;
b. het type aanvrager : huurder of eigenaar;
c. per inkomen : laag inkomen, gemiddeld inkomen, hoog inkomen (graag ook weergeven wat men verstaat onder laag/hoog inkomen) ?
3. Hoeveel gezinnen hebben recht op deze koning, maar vragen deze niet aan ?
4. Wat is de totale jaarlijkse kostprijs van deze maatregel ? Wat is dit gemiddelde per gezin ?
5. Hoe wordt deze maatregel gecommuniceerd ? Welke kanalen worden er gebruikt ? Wordt er daarbij meer aandacht geschonken aan bepaalde doelgroepen ?
ANTWOORD
Het huidige artikel 257, 3°, van het Wetboek der Inkomstenbelastingen voorziet inderdaad dat op aanvraag van de belanghebbende een vermindering van onroerende voorheffing wordt verleend wegens gezinslasten. De aanvragen worden ingediend op papier. De verwerking ervan is een zuiver manueel proces en gebeurt bij de FOD Financiën gedecentraliseerd, namelijk door elke ambtenaar apart voor de kadastrale divisie(s) waarvoor hij of zij bevoegd is. Hierover zijn geen statistische gegevens ter beschikking. Eens de aanvraag voor een bepaald aanslagjaar goedgekeurd, wordt ze tijdens de daaropvolgende aanslagjaren automatisch toegepast, tot de volgende herziening op basis van een nieuwe aanvraag door de rechthebbende of van een vaststelling door de bevoegde ambtenaar. Bovendien worden nog heel wat aanvragen en herzieningen na het einde van het aanslagjaar verwerkt. In de praktijk kunnen (correcties op) verminderingen op de onroerende voorheffing wegens gezinslasten toegekend worden tot 2 jaar na afloop van het aanslagjaar in geval van een annulering van een eerder toegestane vermindering, respectievelijk tot 4 jaar na afloop van het aanslagjaar in geval van een bijkomende vermindering. Om dezelfde reden als hierboven zijn er hierover geen statistische gegevens ter beschikking. Verder wordt op de keerzijde van het aanslagbiljet vermeld wat de belastingplichtige moet doen wanneer hij de aanslag betwist, onder andere omwille van niet of foutief toegekende verminderingen. Hierbij wordt expliciet aangeduid waar hij het aanvraagdocument 179-1 kan bekomen (het adres van de bevoegde dienst Onroerende Voorheffing, respectievelijk de link naar de website van de FOD Financiën). Vaak worden ook toelichtingen telefonisch verstrekt door de ambtenaren van de dienst Onroerende Voorheffing van de FOD Financiën. Bij de communicatie over de vermindering wegens kinderen (of andere personen) ten laste wordt niet gewerkt naar bepaalde doelgroepen toe omdat dit niet voorzien wordt in de wettelijke bepalingen ter zake : het recht op de vermindering wegens gezinslasten hangt enkel af van het al dan niet hebben van minimum 2 kinderen, waarvan minstens 1 ten laste. Andere criteria, als bijvoorbeeld het bedrag van het kadastraal inkomen, het gezinsinkomen of de volledige gezinssamenstelling, worden niet in aanmerking genomen bij het bepalen van de vermindering. In het kader van de overname van de dienst van de onroerende voorheffing, wordt gestreefd naar meer automatisering bij het toekennen van de wettelijke verminderingen (in het kader van de nagestreefde administratieve vereenvoudiging en het ter beschikking kunnen stellen van statistieken).
