Parlementaire vraag nr. 1557 van mevrouw Mélissa Hanus van 19.07.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/119 d.d. 27.09.2023, blz. 82


Belgisch aanvullend pensioen voor voormalige Luxemburgse grenswerkers - Berekening van de belastingen

VRAAG (van mevrouw Hanus)

Ik zou u graag enkele vragen stellen over het belastingstelsel voor het aanvullend pensioen dat de Belgische Staat betaalt aan voormalige Luxemburgse grenswerkers, die dus een hoofdpensioen hebben dat door de Luxemburgse Staat betaald en belast wordt. Aanvullende pensioenen die door België betaald worden, worden door de Belgische Staat belast, wat begrijpelijk is. Sommige voormalige grenswerkers zijn echter verbaasd dat de inkomsten uit hun pensioen in het Groothertogdom Luxemburg in aanmerking worden genomen bij de berekening van de belastbare grondslag van hun Belgisch aanvullend pensioen. 1. Welke wetgeving is er van toepassing op de belasting op het Belgisch aanvullend pensioen, in het bijzonder wat de berekening van de belastbare grondslag betreft? 2. a) Worden buitenlandse inkomsten, waarvan de belasting al door de bronstaat ingehouden werd, in aanmerking genomen bij de berekening van de belastbare grondslag? b) Zo ja, is dat niet in strijd met het fiscaalrechtelijke "non bis in idem"-beginsel? Zo niet, hoe verantwoordt de wetgever het feit dat die buitenlandse inkomsten in aanmerking genomen worden bij de berekening van de belasting op het aanvullend pensioen?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)

Er wordt verondersteld dat de in de vraag bedoelde belastingplichtigen aan de personenbelasting onderworpen rijksinwoners zijn. 1. In de personenbelasting worden de grondslag en de berekening van de belasting vastgesteld in, respectievelijk, hoofdstukken II en III van titel II van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). 2. a) Volgens artikel 5, WIB 92 zijn rijksinwoners aan de personenbelasting onderworpen op grond van al hun belastbare inkomsten, zelfs indien sommige daarvan in het buitenland zijn behaald of verkregen. Volgens artikel 155, WIB 92 komen inkomsten die krachtens internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting zijn vrijgesteld, in aanmerking voor het bepalen van de belasting, maar wordt deze verminderd naar de verhouding tussen de inkomsten die zijn vrijgesteld en het geheel van de inkomsten. Op die manier worden die inkomsten, hoewel ze van Belgische belasting zijn vrijgesteld, in aanmerking genomen voor het bepalen van het tarief van de belasting dat op de overige inkomsten van toepassing is. Dat principe wordt gewoonlijk 'vrijstelling met progressievoorbehoud' genoemd. b) In die context is er van dubbele belasting geen sprake. Inderdaad, de Belgisch-Luxemburgse overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting voorziet in haar artikel 18, § 2, dat pensioenen in uitvoering van de Luxemburgse sociale wetgeving ofwel betaald door de Luxemburgse Staat, één van zijn staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen ofwel betaald door een rechtspersoon naar Luxemburgs publiek recht, belastbaar zijn in Luxemburg. Wanneer het inkomen belastbaar is in Luxemburg in overeenstemming met de bepalingen van de overeenkomst, zal België van zijn kant als woonstaat van de verkrijger gehouden zijn de dubbele belasting op te lossen. Deze inkomsten worden dan in België vrijgesteld van belasting maar deze vrijstelling beperkt het recht van België niet om bij het vaststellen van zijn belastingtarief met de aldus vrijgestelde inkomsten rekening te houden ("vrijstelling mét progressievoorbehoud"). Het feit dat er met dergelijke vrijgestelde inkomsten rekening wordt gehouden bij de berekening van de belasting van toepassing over de overige belastbare inkomsten van de verkrijger, stemt bijgevolg overeen met de bepalingen van de Overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting afgesloten tussen België en Luxemburg.