Parlementaire vraag nr. 933 van de heer de Clippele van 25.02.1994
VRAAG 94/933
Bull. nr. 740, blz. 1599
Bezwaarschrift - Beslissing van de directeur - Hervorming van de fiscale procedure - Doelstelling - Kohier - Uitvoerbaarverklaring
VRAAG
De gewestelijk directeur van de belastingen beveelt aan alle in een welbepaald kohier opgenoemde belastingschuldigen, aan hun vertegenwoordigers, pachters, huurders, zaakwaarnemers, beheerders en borgen, de erin opgenomen aanslagen te betalen op straffe van door dwangmiddelen daartoe te worden genoopt. Krachtens artikel 375 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 doet diezelfde directeur uitspraak bij met redenen omklede beslissing nopens de bezwaren aangevoerd door de belastingschuldige in verband met een door hem uitvoerbaar verklaarde aanslag.
In hoeverre kan het algemeen rechtsbeginsel betreffende de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van de rechter hier worden gewaarborgd ?
ANTWOORD
Het bedrag van de belasting van ieder in een kohier opgenomen belastingplichtige wordt door de bevoegde taxatieambtenaar bepaald.
De totaal verschuldigde belasting wordt in het kohier opgenomen en indien er een positief saldo bestaat na de aftrek van de met de belasting verrekenbare voorheffingen en voorafbetalingen, wordt voor dat saldo door de gewestelijk directeur of de door hem gedelegeerde ambtenaar het in de vraag vermelde bevel uitgevaardigd.
De uitvoerbaarverklaring en het uitvaardigen van dat bevel die berusten op artikel 298 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, verhinderen de directeur van de belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar niet om op grond van artikel 375 van hetzelfde wetboek op een onafhankelijke en onpartijdige wijze het werk van de taxatieambtenaar te beoordelen in het licht van de tegen de taxatie aangevoerde grieven.
Evenwel verdwijnt de toestand zoals hij door het geacht lid is uiteengezet, in het ontwerp van wetboek van belastingprocedure dat door de ministerraad werd goedgekeurd en dat thans aan de Raad van State onderworpen is. De functie van gewestelijk directeur, verantwoordelijk voor de taxatiediensten, en die van directeur van geschillen belast met de uitspraak over de bezwaarschriften van de belastingplichtigen, zullen immers duidelijk worden onderscheiden van elkaar en worden uitgeoefend door verschillende ambtenaren, zonder onderlinge hiërarchische band.
Bron: FisconetPlus
