Parlementaire vraag nr. 561 van de heer Daems van 13.09.1996

VRAAG 96/561
Vr. en Antw., Kamer, nr. 74, 1996-1997, blz. 9980-9981
Bull. nr. 772, pag. 1298
Inlichtingen aan sociale inspectie
Samenvatting
De Administratie der directe belastingen is gehouden aan de sociale inspecteurs alle inlichtingen te geven die deze laatsten nuttig achten.
Ingevolge samenwerkingsakkoorden tussen de belastingdiensten en de Sociale Inspectie kunnen sommige fiscale inlichtingen worden uitgewisseld.
Luidens interne administratieve instructies kan op schriftelijk verzoek van de sociaal inspecteur en tegen voorlegging van het legitimatiebewijs op beperkende wijze inzage van sommige fiscale stukken worden verleend.
Ook de uitreiking van fotokopies is voorzien mits de onderzoekende sociaal inspecteur de geraadpleegde fiscale stukken medeondertekent.
Ingevolge artikel 4 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie moet deze inzage zich wettelijk beperken tot de boekhoudkundige inlichtingen en sociale documenten die uitsluitend verband houden met de bepalingen van de sociale wetgevingen waarop zij toezicht mogen uitoefenen.
1. Is het niet zo dat het inzagerecht in het belastingdossier van een belastingplichtige zich zeer streng moet beperken tot die bewuste "sociale" documenten ?
2. Moet deze inzage niet uitsluitend verband houden met de in gelijk welke vorm uitbetaalde of toegekende bezoldigingen zoals die blijken uit de rekening nr. 62 en haar onderverdelingen van de jaarrekening en met de aard van de uitgeoefende beroepswerkzaamheid ?
3. Heeft de sociaal inspecteur inzagerecht in alle andere stukken (zakencijfer, aankopen, afschrijvingen, financiële tegoeden of schulden, vorderingen, enz.) van de ingediende aangiften in de vennootschapsbelasting ?
4. Wanneer inzage wordt gevraagd van andere stukken of bescheiden dan sociale documenten treden de sociale inspectiediensten dan niet hun bevoegdheid te buiten en schenden de belastingambtenaren dan niet het beroepsgeheim ingesteld bij artikel 337 van het WIB 1992 ?
ANTWOORD
Overeenkomstig het tweede lid van artikel 337 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB 1992) oefenen de ambtenaren van de Administratie der directe belastingen hun ambt uit en zijn zij dus ontheven van het beroepsgeheim als bedoeld in het eerste lid van hetzelfde artikel, wanneer zij aan andere administratieve diensten van de Staat, zoals bijvoorbeeld de Sociale Inspectie, inlichtingen verstrekken welke voor die diensten nodig zijn voor de hun opgedragen uitvoering van wettelijke of reglementaire bepalingen.
Anderzijds bepaalt artikel 6 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie dat alle diensten van de Staat, dus ook de Administratie der directe belastingen, gehouden zijn aan de sociale inspecteurs alle inlichtingen te geven alsmede boeken., registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke informatiedragers ter inzage voor te leggen en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies ervan te verstrekken die deze laatsten nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgeving waarmee zij zijn belast.
Ik heb geen kennis, noch van moeilijkheden of problemen die zich, ter gelegenheid van de uitwisseling van inlichtingen, zouden voordoen of hebben voorgedaan bij de toepassing van voormelde bepalingen, noch van het feit dat het beroepsgeheim terzake op een of andere wijze zou zijn geschonden door een van de betrokken ambtenaren.
Overigens wordt er op gewezen dat, op grond van het derde lid van artikel 337, WIB 1992, personen van een staatsdienst aan wie inlichtingen van fiscale aard worden verstrekt, tot dezelfde geheimhouding zijn verplicht als de ambtenaren van de belastingadministratie en dat die personen de bekomen inlichtingen niet mogen gebruiken buiten het kader van de wettelijke bepalingen voor de uitvoering waarvan zij zijn verstrekt.