Parlementaire vraag nr. 1289 van de heer Schoofs van 12.05.2006
VRAAG 06/1289
Vraag nr. 1289 van de heer Schoofs dd. 12.05.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 138, blz. 27075-27077
Forfaitaire grondslagen van aanslag - Laagstamfruittelers - Instructies
VRAAG
Er werd een systeem uitgewerkt dat de fuitteler verplicht «fictieve oppervlaktes» aan te geven in geval van behaalde meerwinsten. Deze fictieve oppervlakte wordt berekend per fruitsoort. De fictieve oppervlakte is bijkomend belastbaar inkomen van zodra de fruitteler meer opbrengst (kilo's) per hectare heeft dan normaal. Indien hij een betere opbrengst heeft (in euro's) door stijgende prijzen, door stockage met verkoop einde winter of door andere omstandigheden kan de Vlaamse controleur de forfaitaire aangifte naast zich neerleggen en belasten op meeropbrengsten.
Over de toepassing van de forfaitaire grondslagen van aanslag staat op de fiscale gegevensbank Fisconet, voor aanslagjaar 2005, voor laagstamfruittelers van Oost- en West-Vlaanderen en West Brabant (nr. 187) en voor laagstamfruittelers van Limburg en Hageland (nr. 190) het volgende vermeld : «De aanlagsambtenaar mag zijnerzijds de toepassing van het forfait weigeren indien hij in staat is te bewijzen dat de werkelijke winst aanzienlijk hoger is dan de forfaitair bepaalde winst.».
Voor de laagstamfruitteler van Wallonië (nr. 198) is echter het volgende bepaald: « De son côté, le fonctionnaire taxateur peut refuser l'application du forfait lorsqu'il est à même d'établir que le bénéfice réel excède sensiblement le bénéfice forfaitaire suite au fait que le contribuable n'a pas déclaré ses hectares fictifs correctement.».
De controleambtenaar in het Waalse landsgedeelte mag dus enkel op werkelijke ontvangsten belasten op voorwaarde dat de fictieve oppervlakte niet correct aangegeven is. Deze voorwaarde staat in de administratieve richtlijn zelfs vetgedrukt. De Vlaamse controleambtenaar heeft echter de instructie om ook bij correcte oppervlakteaangifte de forfait naast zich neer te leggen. Zelfs bij correcte aangifte volgens forfait mag er in Vlaanderen extra getaxeerd worden.
1. Waarom komt de betrokken clausule niet voor in de Nederlandstalige tekst ?
2.
a) Geldt de Franstalige clausule ook voor het Nederlandstalig landsgedeelte ?
b) Zo neen, heeft u reeds maatregelen genomen om het verschil in behandeling tussen beide landsgedeelten weg te werken ?
3. Hoeveel fruittelers (per provincie) werden vorig jaar belast op werkelijke winst in plaats van op de forfaitaire bruto-winst ?
4.
a) Klopt het dat er vorig jaar in de provincie Limburg ongeveer evenveel belastingsupplementen geïnd werden bij controle dan in het hele Waals Gewest ?
b) Zo ja, wat is uw verklaring voor dit significante verschil tussen het Vlaams en Waalse Gewest ?
c) Is dit te wijten aan het feit dat de controleurs in Vlaanderen strengere instructies krijgen ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 04.10.2006)
1 en 2. Vooreerst wens ik te benadrukken dat in overleg met de sector een systeem werd uitgewerkt voor de fruittelers die aanzienlijk hogere rendementen behalen dan de rendementen waarmee rekening werd gehouden bij het vaststellen van de forfaitaire grondslagen van aanslag (afgekort FGA), zodat voormelde telers, door het in rekening brengen van een fictieve oppervlakte hun forfaitair vastgesteld inkomen in overeenstemming kunnen brengen met de werkelijk behaalde winst.
De FGA worden in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen vastgesteld. De er opgenomen regels moeten in hun geheel worden toegepast en dit geldt zowel voor de semi-brutowinstcijfers als voor de regels en toepassingsmodaliteiten.
In het nr. 342/34 van de administratieve Commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een algemene uitsluitingsclausule vermeld. Deze clausule is slechts een aanbeveling; de tekst opgenomen in de FGA die met het akkoord van de beroepsgroepering werd afgesloten primeert.
Naar de toekomst toe zal de administratie letten op het eenvormig maken van de desbetreffende regels en toepassingsmodaliteiten.
3 en 4. De administratie houdt geen statistieken per provincie.
Voor de diensten in Vlaanderen en Wallonië gelden dezelfde richtlijnen.
Vraag nr. 1289 van de heer Schoofs dd. 12.05.2006
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 138, blz. 27075-27077
Forfaitaire grondslagen van aanslag - Laagstamfruittelers - Instructies
VRAAG
Er werd een systeem uitgewerkt dat de fuitteler verplicht «fictieve oppervlaktes» aan te geven in geval van behaalde meerwinsten. Deze fictieve oppervlakte wordt berekend per fruitsoort. De fictieve oppervlakte is bijkomend belastbaar inkomen van zodra de fruitteler meer opbrengst (kilo's) per hectare heeft dan normaal. Indien hij een betere opbrengst heeft (in euro's) door stijgende prijzen, door stockage met verkoop einde winter of door andere omstandigheden kan de Vlaamse controleur de forfaitaire aangifte naast zich neerleggen en belasten op meeropbrengsten.
Over de toepassing van de forfaitaire grondslagen van aanslag staat op de fiscale gegevensbank Fisconet, voor aanslagjaar 2005, voor laagstamfruittelers van Oost- en West-Vlaanderen en West Brabant (nr. 187) en voor laagstamfruittelers van Limburg en Hageland (nr. 190) het volgende vermeld : «De aanlagsambtenaar mag zijnerzijds de toepassing van het forfait weigeren indien hij in staat is te bewijzen dat de werkelijke winst aanzienlijk hoger is dan de forfaitair bepaalde winst.».
Voor de laagstamfruitteler van Wallonië (nr. 198) is echter het volgende bepaald: « De son côté, le fonctionnaire taxateur peut refuser l'application du forfait lorsqu'il est à même d'établir que le bénéfice réel excède sensiblement le bénéfice forfaitaire suite au fait que le contribuable n'a pas déclaré ses hectares fictifs correctement.».
De controleambtenaar in het Waalse landsgedeelte mag dus enkel op werkelijke ontvangsten belasten op voorwaarde dat de fictieve oppervlakte niet correct aangegeven is. Deze voorwaarde staat in de administratieve richtlijn zelfs vetgedrukt. De Vlaamse controleambtenaar heeft echter de instructie om ook bij correcte oppervlakteaangifte de forfait naast zich neer te leggen. Zelfs bij correcte aangifte volgens forfait mag er in Vlaanderen extra getaxeerd worden.
1. Waarom komt de betrokken clausule niet voor in de Nederlandstalige tekst ?
2.
a) Geldt de Franstalige clausule ook voor het Nederlandstalig landsgedeelte ?
b) Zo neen, heeft u reeds maatregelen genomen om het verschil in behandeling tussen beide landsgedeelten weg te werken ?
3. Hoeveel fruittelers (per provincie) werden vorig jaar belast op werkelijke winst in plaats van op de forfaitaire bruto-winst ?
4.
a) Klopt het dat er vorig jaar in de provincie Limburg ongeveer evenveel belastingsupplementen geïnd werden bij controle dan in het hele Waals Gewest ?
b) Zo ja, wat is uw verklaring voor dit significante verschil tussen het Vlaams en Waalse Gewest ?
c) Is dit te wijten aan het feit dat de controleurs in Vlaanderen strengere instructies krijgen ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 04.10.2006)
1 en 2. Vooreerst wens ik te benadrukken dat in overleg met de sector een systeem werd uitgewerkt voor de fruittelers die aanzienlijk hogere rendementen behalen dan de rendementen waarmee rekening werd gehouden bij het vaststellen van de forfaitaire grondslagen van aanslag (afgekort FGA), zodat voormelde telers, door het in rekening brengen van een fictieve oppervlakte hun forfaitair vastgesteld inkomen in overeenstemming kunnen brengen met de werkelijk behaalde winst.
De FGA worden in overleg met de betrokken beroepsgroeperingen vastgesteld. De er opgenomen regels moeten in hun geheel worden toegepast en dit geldt zowel voor de semi-brutowinstcijfers als voor de regels en toepassingsmodaliteiten.
In het nr. 342/34 van de administratieve Commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt een algemene uitsluitingsclausule vermeld. Deze clausule is slechts een aanbeveling; de tekst opgenomen in de FGA die met het akkoord van de beroepsgroepering werd afgesloten primeert.
Naar de toekomst toe zal de administratie letten op het eenvormig maken van de desbetreffende regels en toepassingsmodaliteiten.
3 en 4. De administratie houdt geen statistieken per provincie.
Voor de diensten in Vlaanderen en Wallonië gelden dezelfde richtlijnen.
Bron: FisconetPlus
