Parlementaire vraag nr. 1747 van mevrouw Barbara Pas van 08.11.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/126 d.d. 05.01.2024, blz. 237
Vereenvoudigde aangifte - Belastingverhoging
VRAAG (van mevrouw Pas)
Belastingplichtigen waarvoor de fiscale situatie zeer stabiel is, kunnen van de administratie een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangen. Deze belastingplichtigen moeten het voorstel controleren en indien nodig corrigeren. Belastingplichtigen gaan er met de huidige complexe fiscale regelgeving vanuit dat de voorgestelde belastbare elementen correct en volledig zijn. Nogal wat van de aangiftes bevatten echter fouten. Indien deze fouten inhouden dat belastbare inkomsten niet werden opgenomen in het voorstel voorziet artikel 226 van het koninklijk besluit WIB 92 in een belastingverhoging van 10 % (althans indien het om een fout gaat zonder de intentie om de belasting te ontduiken). Anderzijds stelt artikel 444 WIB 92, derde lid: "Bij ontstentenis van kwade trouw kan worden afgezien van het minimum van 10 % belastingverhoging". 1. Bent u van oordeel dat het toepassen van een belastingverhoging bij een belastingplichtige passend is in het geval waarbij de belastingplichtige een voorstel van vereenvoudigde aangifte heeft aanvaard waarbij achteraf blijkt dat de gegevens die de administratie zelf heeft aangereikt onvolledig blijken te zijn?
2. Is het in dergelijke gevallen niet passend om toepassing te maken van artikel 444 WIB 92, derde lid en bijgevolg af te zien van een belastingverhoging?
3. Zijn er gevallen waarbij de administratie toepassing maakt van de mogelijkheid voorzien in artikel 444 WIB 92, derde lid?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
Wanneer een belastingplichtige een voorstel van vereenvoudigde aangifte (VVA) ontvangt, wordt hij uitdrukkelijk uitgenodigd om de inhoud ervan te controleren. Op de eerste twee pagina's van het VVA vermeldt de administratie immers de gevallen waarin wordt gevraagd een aangifte in te dienen, evenals voorbeelden van gevallen waarin de gegevens mogelijk onvolledig of onjuist kunnen zijn. Daarbij wordt ook expliciet aangegeven dat een belastingplichtige het aan de administratie moet melden wanneer die andere inkomsten heeft verkregen dan die vermeld in het VVA. Aan het einde van het VVA heeft de belastingplichtige ook een antwoordformulier waarin hij kan aangeven dat hij niet akkoord gaat met de gegevens. Artikel 306, § 4, tweede lid, WIB 92 bepaalt expliciet dat als de administratie niet op de hoogte wordt gebracht van eventuele onjuistheden in het VVA, het VVA dan moet worden beschouwd als een onjuiste of onvolledige aangifte. Het voorzien in een volledige aangifte blijft dus wel degelijk de verantwoordelijkheid van de individuele belastingplichtige. In geval van een onjuiste of onvolledige aangifte, voorziet artikel 444 WIB 92 in de toepassing van een belastingverhoging die wordt vastgesteld op basis van de aard en de ernst van de overtreding, gaande van 10 % tot 200 % van de verschuldigde belasting op het deel van het niet of laattijdig aangegeven inkomen. Het derde lid van hetzelfde artikel bepaalt inderdaad dat van de minimumverhoging van 10 % kan worden afgezien als er geen sprake is van kwade trouw. De afwezigheid van kwade trouw moet geval per geval worden geanalyseerd, afhankelijk van alle feiten waarover de administratie beschikt. Het is duidelijk dat in het geval waarin gegevens vooraf zijn ingevuld door de administratie, de belastingplichtige kan aannemen dat die ingevulde gegevens correct zijn, wat voor dat gedeelte de toepassing rechtvaardigt van artikel 444, derde lid, WIB 92. Echter kan iemand die een VVA ontvangt ook belastbare inkomsten hebben waar de administratie geen kennis van heeft, bijv. via een buitenlandse cryptorekening of van buitenlandse onroerende goederen die niet aangegeven zijn. Er kan dus niet algemeen worden afgezien van de toepassing van een belastingverhoging wanneer iemand een VVA heeft ontvangen aangezien de al dan niet goede trouw geval per geval moet worden geanalyseerd, afhankelijk van de feitelijke elementen die specifiek zijn voor het dossier van de belastingplichtige.
