Parlementaire vraag nr. 513 van mevrouw Pieters van 05.12.2005
VRAAG 05/513
Vraag nr. 513 van mevrouw Pieters dd. 05.12.2005
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 102, blz. 18427-18429
Nietigheid van belastingaanslagen - Belastingverhoging
VRAAG
Bij het treffen van een directoriale beslissing omtrent een bezwaarschrift moeten zowel bij de niet-naleving van de voorschriften van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen als bij willlekeur, de belastingaanslagen waarbij belastingverhogingen werden aangerekend in principe worden vernietigd.
Terzake rijzen in dit verband de volgende algemene praktische vragen.
1. Moeten de aangevochten belastingaanslagen "geheel" dan wel slechts "gedeeltelijk" worden vernietigd ten belope van die opgelegde administratieve sanctie waarvan sprake in artikel 444, eerste lid WIB 1992 en de desbetreffende reglementaire bepalingen?
2.
A) Kan er met ingang van het aanslagjaar 1999 mits inachtneming van een regelmatige kennisgeving een vervangende aanslag worden gevestigd met: toepassing van artikel 355 van het WIB 1992:
a) in geval van nietigverklaring van de aanvankelijke aanslag uitsluitend omwille van schending van de motiveringsverplichting;
b) in geval van zuivere "willekeur"?
B) In bevestigend geval:
a) Moet dit gebeuren bij middel van een voorafgaandelijk bericht van wijziging van aangifte in de zin van artikel 346 WIB 1992?
b) Of, moet of mag dit voorafgaandelijk slechts worden aangekondigd door middel van een gewone al dan niet onder aangetekende omslag verzonden gemotiveerde brief?
3. Is zowel bij de arbitraire oplegging van een belastingverhoging als bij de miskenning van de motiveringsplicht nog een hertaxatie mogelijk:
a) wanneer de betwiste directoriale beslissing werd getroffen binnen de behoorlijke termijn van zes maanden na indiening van een geldig bezwaarschrift;
b) wanneer de directoriale beslissing niet wordt genomen binnen diezelfde redelijke termijn van zes maanden?
4. Wordt de schending van artikel 444, eerste lid WIB 1992 steeds aanzien als een schending van een andere "wettelijke" regel dan die van de prescriptie, die de toepassing van artikel 355 WIB 1992 niet in de weg staat?
5. Kan u punt per punt, en voor elk van de verschillende mogelijkheden uw huidige administratieve ziens- en handelwijze meedelen in het licht van de bepalingen van de artikelen 346, 355, 375 en 444, eerste lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 07.12.2005)
Wanneer belastingverhogingen worden toegepast moet de belastingplichtige worden ingelicht over de desbetreffende wettelijke bepaling en, met redenen omkleed, over de toepasselijke belastingverhoging (vermelding van de aard, de ernst en de rang van de overtreding). Deze inlichtingen moeten worden verstrekt in het bericht van wijziging of de kennisgeving van aanslag van ambtswege, of, bij gebreke daarvan, bij gewone brief.
Als aan de motiveringsplicht van de belastingverhoging niet is voldaan, zal de aanslag in het kader van de bezwaarprocedure, in principe worden vernietigd ten belope van voormelde belastingverhoging.
In toepassing van artikel 355 WIB 1992 kan er een vervangende aanslag worden gevestigd nadat de belastingplichtige op gemotiveerde wijze van de belastingverhoging op de hoogte werd gebracht.
Vraag nr. 513 van mevrouw Pieters dd. 05.12.2005
Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 102, blz. 18427-18429
Nietigheid van belastingaanslagen - Belastingverhoging
VRAAG
Bij het treffen van een directoriale beslissing omtrent een bezwaarschrift moeten zowel bij de niet-naleving van de voorschriften van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen als bij willlekeur, de belastingaanslagen waarbij belastingverhogingen werden aangerekend in principe worden vernietigd.
Terzake rijzen in dit verband de volgende algemene praktische vragen.
1. Moeten de aangevochten belastingaanslagen "geheel" dan wel slechts "gedeeltelijk" worden vernietigd ten belope van die opgelegde administratieve sanctie waarvan sprake in artikel 444, eerste lid WIB 1992 en de desbetreffende reglementaire bepalingen?
2.
A) Kan er met ingang van het aanslagjaar 1999 mits inachtneming van een regelmatige kennisgeving een vervangende aanslag worden gevestigd met: toepassing van artikel 355 van het WIB 1992:
a) in geval van nietigverklaring van de aanvankelijke aanslag uitsluitend omwille van schending van de motiveringsverplichting;
b) in geval van zuivere "willekeur"?
B) In bevestigend geval:
a) Moet dit gebeuren bij middel van een voorafgaandelijk bericht van wijziging van aangifte in de zin van artikel 346 WIB 1992?
b) Of, moet of mag dit voorafgaandelijk slechts worden aangekondigd door middel van een gewone al dan niet onder aangetekende omslag verzonden gemotiveerde brief?
3. Is zowel bij de arbitraire oplegging van een belastingverhoging als bij de miskenning van de motiveringsplicht nog een hertaxatie mogelijk:
a) wanneer de betwiste directoriale beslissing werd getroffen binnen de behoorlijke termijn van zes maanden na indiening van een geldig bezwaarschrift;
b) wanneer de directoriale beslissing niet wordt genomen binnen diezelfde redelijke termijn van zes maanden?
4. Wordt de schending van artikel 444, eerste lid WIB 1992 steeds aanzien als een schending van een andere "wettelijke" regel dan die van de prescriptie, die de toepassing van artikel 355 WIB 1992 niet in de weg staat?
5. Kan u punt per punt, en voor elk van de verschillende mogelijkheden uw huidige administratieve ziens- en handelwijze meedelen in het licht van de bepalingen van de artikelen 346, 355, 375 en 444, eerste lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 07.12.2005)
Wanneer belastingverhogingen worden toegepast moet de belastingplichtige worden ingelicht over de desbetreffende wettelijke bepaling en, met redenen omkleed, over de toepasselijke belastingverhoging (vermelding van de aard, de ernst en de rang van de overtreding). Deze inlichtingen moeten worden verstrekt in het bericht van wijziging of de kennisgeving van aanslag van ambtswege, of, bij gebreke daarvan, bij gewone brief.
Als aan de motiveringsplicht van de belastingverhoging niet is voldaan, zal de aanslag in het kader van de bezwaarprocedure, in principe worden vernietigd ten belope van voormelde belastingverhoging.
In toepassing van artikel 355 WIB 1992 kan er een vervangende aanslag worden gevestigd nadat de belastingplichtige op gemotiveerde wijze van de belastingverhoging op de hoogte werd gebracht.
Bron: FisconetPlus
