Parlementaire vraag nr. 626 van de heer Van Biesen van 27.01.2005
VRAAG 05/626
Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 66, blz. 10628-10630
Verdeling voorafbetalingen - Decumul - Belastinghervorming
VRAAG
Ingevolge de hervorming van de personenbelasting, en meer specifiek de volledige decumulatie van de inkomsten vanaf aanslagjaar 2005, wordt van de echtgenoten/ wettelijk samenwonenden verwacht dat beiden afzonderlijk voorafbetalen indien men de verhoging wegens onvoldoende of ontijdige voorafbetaling wil vermijden en/of een bonificatie wil genieten.
Bij optie voor het mini-statuut van de meewerkende echtgenoot/ote is evenwel één voorafbetaling voor en door het gezin voldoende. Bij het bestaan van meerdere inkomsten of bij een optie voor het maxi-statuut, moeten de voorafbetalingen daarentegen geschieden per echtgenoot. Deze voorafbetalingen geven dan aanleiding tot het annuleren van een verhoging, het verschaffen van een bonificatie of het verlenen van een renteloos credit.
Dit stelsel is steeds belastingverhogend, indien ofwel te weinig of op foutieve momenten werd vooraf betaald, ofwel indien te veel werd vooraf betaald en ontmoetigt ook de keuze voor het maxi-statuut, terwijl het nochtans de bedoeling van de regering is om zoveel mogelijk meewerkende echtgenoten aan te zetten te opteren voor dit statuut.
Bent u niet van mening dat het wenselijk zou zijn om bij de berekening van de personenbelasting, de verdeling van de voorafbetalingen op het aanslagbiljet over beide echtgenoten te optimaliseren ten bate van het gezin, zodat in globo ofwel de verhoging minimaal ofwel de bonificatie maximaal is?
ANTWOORD (de vice-eerste minister en minister van Financiën, 14.02.2005)
Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen voorziet inderdaad gevallen van overhevelingen tussen echtgenoten of wettelijk samenwonenden waarvoor een gemeenschappelijke aanslag is gevestigd, bijvoorbeeld wanneer het belastbare inkomen van één van beide belastingplichtigen lager is dan zijn belastingvrije som (artikel 134, § 1, tweede lid, WIB 1992), of in zake van beroepsverliezen, wanneer de inkomsten van één van beide belastingplichtigen onvoldoende zijn om de aftrekbare verliezen erop aan te zuiveren (cf. artikel 129, eerste lid, WIB 1992).
Wat de voorafbetalingen betreft, is het principe waarbij de vermeerderingen en de bonificaties vanaf aanslagjaar 2005 zullen worden berekend bij elke echtgenoot of wettelijk samenwonende op grond van de eigen inkomsten en de eigen voorafbetalingen een duidelijk uitvloeisel van de wet.
De enige wettelijke uitzondering op dit beginsel betreft de meewerkende echtgenoten waarvan sprake in artikel 86 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bij wie het overschot van de voorafbetalingen van de geholpen echtgenoot automatisch naar de meewerkende echtgenoot vloeit.
Die problematiek werd reeds verscheidene malen aangeroerd. Er kan dan ook worden verwezen naar het antwoord op de
mondelinge vraag nr. 3903 gesteld door de heer Hagen Goyvaerts in de commissie voor de Financiën en de Begroting van 19 oktober 2004 (Integraal Verslag, Kamer, 2004-2005, COM 358, blz. 17).
Bron: FisconetPlus
