Parlementaire vraag nr. 795 van de heer Devlies van 23.05.2005

VRAAG 05/795

Vraag nr. 795 van de heer Devlies dd. 23.05.2005


Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 105, blz. 19232-19236

Wijziging aangifte zonder bericht van wijziging

VRAAG

Artikel 346, WIB 1992 schrijft voor dat de fiscus een gemotiveerd bericht van wijziging dient te versturen per aangetekend schrijven alvorens de aanvullende aanslag te vestigen.

Deze verplichting is zo oud als de inkomstenbelasting zelf (artikel 55, wet 29 oktober 1919, Belgisch Staatsblad van 24-25 november 1919, 6370). Deze bepaling wordt uitvoerig becommentarieerd in de Com.IB92. Het verzenden van een bericht van wijziging heeft tot doel de belastingplichtige te beschermen en is een substantiële vereiste waarvan de niet-naleving de nietigheid van de verbeteringsprocedure medebrengt en, bijgevolg, ook van de onwettelijk gevestigde aanslag (Cass., 30.10 1956, Pas., 1957, I, 218; Cass., 21.5 1959, Pas., 1959, I, 955).

Naar aanleiding van de aanvulling van artikel 346 WIB 1992 bij artikel 5 van de wet van 30 juni 2000 tot wijziging van de algemene wet inzake douane en accijnzen en van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, werd bij algemene circulaire nr. AFZ/ 2000-1026 van 21 september 2000 ( Bull. Bel., nr. 809, 2716) het bestaan en het belang van het versturen van een gemotiveerd bericht van wijziging nogmaals onder ogen gebracht van alle taxatieambtenaren.

De circulaire nr. Ci.RH.81/548.628 (AOIF 21/2002) van 29 juli 2002 ( Bull. Bel., nr. 830, 2650-2656) beklemtoont dat een goede motivering van het bericht van wijziging noodzakelijk is in het kader van de betere «dialoog» met de belastingplichtige en het voorkomen van overdreven en arbitraire taxaties en van onnodige administratieve en/of gerechtelijke beroepen.

In diverse mondelinge en schriftelijke vragen werden de praktijken van het niet verzenden aangeklaagd en onder de aandacht van de minister en zijn ambtenaren gebracht (zie : onder meer Integraal Verslag, Kamer, 14 januari 2003, 50 COM nr. 940, 4, vraag nr. A683 van Yves Leterme). Hierin bevestigt u dat een bericht van wijziging niet noodzakelijk is wanneer het een wijziging van de aangifte in negatieve zin betreft of als een aangifte met het akkoord van de belastingsplichtige wordt gewijzigd. Voor de andere gevallen is de praktijk van niet verzenden van een bericht van wijziging niet conform de terzake voorziene bepalingen. Wat klaar en duidelijk is voor de minister zou ook zo moeten zijn in hoofde van zijn ambtenaren. De praktijk is evenwel anders.

1. Dienen de taxatieambtenaren de van kracht zijnde wetten en reglementeringen, alsmede de richtlijnen waaronder de gedragsregels inzake deontologie, van de overheid waartoe zij behoren, na te leven, met andere worden is artikel 7, § 1, tweede lid, 1° van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel (hierna: «Statuut Camu»), op hen van toepassing ?

2. Hebben de taxatieambtenaren niet alleen een recht op bijscholing maar ook een plicht zich permanent op de hoogte te houden van de ontwikkeling van de technieken, regelingen en onderzoekingen in de materies waarmee ze beroepshalve belast zijn (artikel 11, § 2, Statuut Camu)?

3. Acht u het mogelijk dat een taxatieambtenaar onwetend is over het bestaan en de verplichting tot het versturen van een bericht van wijziging nadat hij de stage, zoals in hoofdstuk III van het Statuut Camu, met succes heeft doorlopen en dit op het moment van zijn benoeming tot rijksambtenaar?

4.

a)Acht u het mogelijk dat de taxatieambtenaar na zijn benoeming onwetend is of wordt over de verplichting die artikel 346, WIB 1992 oplegt ingeval hij wil overgaan tot wijziging van een regelmatig ingediende aangifte ?
b)Zo ja, is deze onwetendheid gelet op de veelvuldige publicaties en de vaste rechtspraak met betrekking tot de verplichting tot het versturen van een bericht van wijziging niet dermate zwaar dat ze voor de taxatieambtenaar onvergeeflijk is ?
c)Of is er veeleer sprake van overmacht, onoverwinbare dwaling, noodtoestand of een onoverwinnelijke drang om de wet niet na te leven ?
5. Wanneer geen bericht van wijziging wordt opgemaakt, schendt de taxatieambtenaar een wettelijke norm (of een algemene gedragsnorm) waarvan het respect noodzakelijk is voor het behoud van de maatschappelijke orde?

6. Is artikel 346, WIB 1992 een maatregel van openbare orde, met namen een wettelijke bepaling die wezenlijke belangen van de Staat of van de gemeenschap betreft ?

7. Bestaat de maatschappelijke orde inzake inkomstenbelasting er niet in dat de taxatieambtenaren niet te weinig maar ook niet te veel belastingen, met andere woorden het juiste bedrag aan belastingen vestigen ?

8. Is de verplichting tot het verzenden van een gemotiveerd bericht van wijziging een maatregel ter bescherming van het algemeen belang of van een particulier belang ?

9. Levert elke illegaliteit van bestuurshandeling, zoals het onwettig vestigen van een belastingsaanslag, buiten het geval van overmacht, onoverwinbare dwaling of noodtoestand, een fout op van :

a) de overheid;

b) de taxatieambtenaar?

10.A) Gelet op voorgaande antwoorden, begaat een taxatieambtenaar een zware fout, in de betekenis van artikel 2 van de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen, wanneer hij een regelmatig ingediende aangifte inzake personen-, vennootschaps-, rechtspersonenbelasting en belasting van niet-inwoners wijzigt zonder het verzenden van een bericht van wijziging ?

B) Zo ja :

a)Zijn de kosten die de belastingplichtige maakt, zoals de aangetekende zendingen, adviezen door een advocaat evenals de morele schade die de belastingplichtige oploopt om zijn recht van verdediging te vrijwaren in het administratieve en het gerechtelijk contentieux integraal verhaalbaar op de Staat alsmede op de betrokken taxatieambetnaar?
b)Welke beleid zal uw administratie voeren wanneer de aanslag door een rechter wordt vernietigd waarover de directeur geen uitspraak heeft gedaan vóór het instellen van de rechtsvordering en dus geen subsidiaire aanslag kan voorgelegd worden voor de rechtbank:
b1) ten aanzien van de taxatieambtenaar;

b2) ten aanzien van de directeur die niet beslist binnen de termijn van zes maanden zoals in artikel 138 undecies Ger.W. is voorgeschreven ?

ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 05.01.2006)

De bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) zijn van openbare orde en dienen strikt te worden toegepast.

De taxatieambtenaar schendt dus in principe de bepalingen van artikel 346, WIB 1992, indien hij de inkomsten en andere gegevens wijzigt welke de belastingplichtige heeft vermeld in een regelmatig ingediende aangifte, zonder vooraf een bericht van wijziging te versturen.

Deze schending is in voorkomend geval een procedurefout die ingevolge de verhaalmiddelen die de belastingplichtige kan inroepen, de nietigheid van de aanslag tot gevolg kan hebben. Het staat de belastingplichtige die meent hierdoor schade te hebben opgelopen vrij de passende vorderingen te laten gelden.

Het behoort de feitenrechter toe te oordelen of een door een ambtenaar begane fout een «zware schuld» is in de zin van artikel 2 van de wet van 10 februari 2003 betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen.

Volledigheidshalve wens ik er nog wel de aandacht op te vestigen dat een bericht van wijziging niet noodzakelijk is wanneer het een wijziging van de aangifte in min betreft of als de aangifte met het akkoord van de belastingplichtige werd gewijzigd. Voor de andere gevallen dient in principe bij wijziging van de aangifte de procedure van artikel 346, WIB 1992 strikt te worden gevolgd.

De administratie sensibiliseert daartoe regelmatig haar diensten door de wettelijke bepalingen in herinnering te brengen. Dit gebeurde onder meer met de door het geachte lid vermelde circulaire Ci.RH.81/ 548.628 van 29 juli 2002.

Nochtans werd en wordt vanuit de lokale diensten opgemerkt dat gelet op het aantal verbeteringen dat moet worden aangebracht, het met de beschikbare middelen en personeelseffectief het voor de betrokken diensten (in het algemeen deze die de regularisatie van de fiscale situatie van de particulieren uitvoeren) niet altijd mogelijk is dit principe te volgen zonder hopeloos achterop te geraken met hun taxatiewerkzaamheden.

Als mogelijke oplossing om die werkzaamheden te verlichten werd beslist de ontwikkeling van een informaticatoepassing uit te werken die erin bestaat dat de taxatieambtenaar voor de meest voorkomende wijzigingen een vooraf uitgewerkt bericht van wijziging verkrijgt waarop hij slechts enkele gegevens moet invullen. Deze toepassing wordt thans geleidelijk aan ter beschikking gesteld van de taxatiediensten.