Parlementaire vraag nr. 84 van mevrouw Anja Vanrobaeys van 12.11.2019
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/007 d.d. 17.12.2019, blz. 55
Betaalde sportbeoefenaars - Aanvullend pensioen
VRAAG (van mevrouw Vanrobaeys)
Volgens artikel 27, § 3 van de wet aanvullende pensioenen (WAP) kan voor betaalde sportbeoefenaars een aanvullend pensioen worden uitbetaald vanaf de leeftijd van 35 jaar. Wanneer een sportbeoefenaar met werknemersstatuut zijn sportactiviteit definitief stopzet vanaf 35 jaar wordt die stopzetting gelijkgesteld met pensionering. Volgens artikel 171, 3°bis, tweede streepje WIB92 worden de pensioenkapitalen die in dit kader uitbetaald worden naar aanleiding van de definitieve stopzetting (ten vroegste vanaf 35 jaar) belast tegen 20 % als de kapitalen zijn uitgekeerd vóór de leeftijd van 61 jaar. Inzake die reglementering had ik volgende vragen met betrekking voor elk van de aanslagjaren 2014, 2015, 2016, 2017 en 2018.
1. Van hoeveel belastingplichtigen jonger dan 61 jaar werden de kapitalen en afkoopwaarden belast volgens artikel 171, 3°bis?
2. Over welk totaalbedrag aan uitgekeerd pensioenkapitaal gaat het?
3. Kunnen de cijfers onderverdeeld worden per leeftijd, geslacht en sporttak?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
De in het door u aangehaalde wetsartikel bedoelde aanvullende pensioenkapitalen voor betaalde sportbeoefenaars die afzonderlijk belastbaar zijn tegen 20 %, moeten in de aangifte worden vermeld tegenover de code 1245/2245.
Met diezelfde code moeten echter eveneens de andere in dat artikel, bedoelde aanvullende pensioenkapitalen worden vermeld, die afzonderlijk belastbaar zijn tegen 20 %.
In die code wordt geen onderscheid gemaakt tussen de kapitalen aan belastingplichtigen in hun hoedanigheid als betaalde sportbeoefenaar en de andere kapitalen. Bijgevolg is het niet mogelijk om de gevraagde statistische inlichtingen met betrekking tot de betaalde sportbeoefenaars te geven.
