Parlementaire vraag nr. 14872 van de heer Devlies van 28.03.2007
VRAAG 07/14872
Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 1259, blz. 15-17
Onderzoeksbevoegdheden
VRAAG
Onlangs oordeelde het Antwerpse hof van beroep dat bij de controle van de juiste toepassing van één soort belasting fiscale ambtenaren geen gebruik mogen maken van onderzoeksmethoden die slechts voor een andere soort belasting gelden, want dan is er sprake van machtsafwending. In de praktijk combineert de administratie echter verschillende onderzoeksbevoegdheden. Bij het vragen van inlichtingen aan een belastingplichtige vraagt de administratie om een kopie van de bescheiden op te sturen. Volgens de wet van 1947 moeten bescheiden ter plaatse, bij de belastingplichtige ingekeken worden als die dat wenst, wat de controlemogelijkheden van de ambtenaar beperkt.
Hoe ver staat het met het project betreffende de harmonisering van onderzoeksbevoegdheden? Waarom blijft de harmonisering uit? Moet een ambtenaar ter plaatse bescheiden inkijken wanneer een belastingplichtige geen kopie opstuurt? Is het onmiddellijk versturen van een bericht van wijziging een vorm van machtsafwending? Dit zou immers betekenen dat het bericht van wijziging gebrekkig gemotiveerd is en de daaropvolgende aanslag nietig. Is een bezoek ter plaatse voor inzage nog wel van deze tijd?
ANTWOORD (van de heer Jamar, staatssecretaris)
Het project inzake de harmonisering van de onderzoeksbevoegdheden zal worden gerealiseerd in het kader van de Coperfinhervorming. Voor de andere vragen verwijs ik naar de artikelen 315, 315bis, 316 en 351. Artikel 351 bepaalt dat elke belastingplichtige de administratie alle mogelijke bescheiden ter verificatie moet kunnen voorleggen zonder zich te verplaatsen. De fiscale ambtenaar kan niet eisen dat deze bescheiden of een kopie ervan tot bij hem worden gebracht, wel kan dit in onderling akkoord afgesproken worden. Dit geldt ook voor boeken en bescheiden die op een computersysteem worden bijgehouden.
Naast het recht om ter plaatse de boeken en bescheiden in te zien, kunnen de ambtenaren mondelinge of schriftelijke inlichtingen aan de belastingplichtige vragen. Indien de boeken niet voorgelegd worden of de gevraagde inlichtingen niet worden verstrekt, mag de administratie de aanslag van ambtswege vestigen. Wanneer de administratie meent dat de gegevens die in een geldige aangifte staan of schriftelijk werden erkend door de belastingplichtige, gewijzigd moeten worden, mag zij een bericht van wijziging sturen. Dit bericht moet de motivatie van de wijziging bevatten evenals de mogelijkheid voor de belastingplichtige om die te onderzoeken en te beantwoorden.
Een bezoek ter plaatse is bovendien nuttig om zich te vergewissen van de concrete omstandigheden van de economische activiteiten en er de voorlegging van de stukken te vragen. Op die manier wordt een mogelijke vervalsing van documenten via moderne scan- en printtechnieken tegengegaan. Er zit ook nog een besparend effect aan vast: de belastingplichtige moet geen fotokopieën maken van grote delen van zijn administratie.
Indien de heer Devlies met zijn vraag een concreet dossier op het oog heeft, zal de administratie dit met plezier onderzoeken.
CONCLUSIE (van de heer Devlies)
Het systeem is toch nog bijzonder archaïsch. Een bezoek ter plaatse is natuurlijk belangrijk wanneer de administratie het nuttig acht. Wanneer het verplicht wordt omdat de belastingplichtige weigert mee te werken en niet uit eigen bewegen de nodige documenten wil bezorgen, betekent het bezoek vaak tijdverlies.
Een belastingplichtige die een uittreksel, een kopie of een bestuursdocument wil ontvangen, moet hiervoor een retributie betalen. Zou het dan ook niet aangewezen zijn dat de belastingadministratie op haar beurt een bedrag betaalt aan de belastingplichtige wanneer die een kopie van een bepaald document aan de fiscus moet bezorgen?
Bron: FisconetPlus
