Parlementaire vraag nr. 532 van de heer Capoen van 05.11.1993

VRAAG 93/532
Bull. nr. 736, pag. 692
Fictieve onroerende voorheffing
Krachtens artikel 278 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt met betrekking tot onroerende goederen die ingevolge bijzondere wetsbepalingen of ingevolge artikel 253 van de onroerende voorheffing zijn vrijgesteld, binnen bepaalde grenzen en voorwaarden de verrekening van een fictieve onroerende voorheffing voorgeschreven.
De vraag wordt gesteld of deze fictieve onroerende voorheffing berekend wordt op het geïndexeerd kadastraal inkomen zoals dit voor de gewone onroerende voorheffing het geval is ter vervanging van de uitgebleven perekwatie van de kadastrale inkomens.
ANTWOORD
Ik ben zo vrij het geachte lid te verwijzen naar mijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 487 van 16 maart 1993 van volksvertegenwoordiger Dupré (bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, nr. 55 van 19 april 1993, blz. 4916).
Daarenboven vestig ik zijn aandacht op het feit dat artikel 278 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met ingang van het aanslagjaar 1994 is opgeheven door artikel 11 van de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen.